WEETJE – Coronanieuws

WEETJE – Coronanieuws
Weetje – Coronanieuws 

Wat een gesprekstof levert het rondwarende Coronavirus al een aantal weken op. In de gesprekken gaat het over handen wassen, niezen in je elleboog en mogen personen die in een risicoland zijn geweest wel komen werken? Of erger nog zelfs: mogen verkouden mensen uit Brabant wel naar hun werk? Update na update over het aantal gevallen in Nederland én zelfs over de hele wereld zien we voorbijkomen op alle tijdlijnen van de sociale media. Tot voor kort kenden de meeste mensen het woord Corona niet eens. Het mooie is dat er meer valt te weten over Corona buiten het virus om. Ik heb een aantal weetjes voor je op een rijtje gezet. Dus lees de volgende weetjes en zo kun je in het volgende ‘Coronagesprek’ met veel leukere informatie over Corona op de proppen komen.

1) CORONASTRATEN
In Nederland bestaan verschillende Coronastraten of -wegen. Deze straten zijn vernoemd naar Corona als naam voor ‘de atmosfeer rondom de zon’. De straten liggen dan ook over het algemeen in een buurt waar de andere straten vernoemd zijn naar de zon, de sterren en de planeten.

In Nederland hebben we de volgende Coronastraatnamen:
– Coronastraat (Groningen)
– Coronaweg (Leeuwarden)
– Corona (Heerhugowaard)
– Coronastraat (Culemborg)
– Corona (Tuitjenhorn)
– Corona en Coronaplein (Spijkenisse)

Bron: @straatnamen (Twitter)

2) QUARANTAINE
Wat mij intrigeert in deze Coronacrisis is het woord ‘quarantaine’; dat ook wel isolatie wordt genoemd. Dit woord zie ik nu regelmatig voorbij komen. Het is een mooi woord, maar waar komt het vandaan, waarom heet dat zo?

De maatregel quarantaine is in de 17e eeuw ‘uitgevonden’ in Italië. Schepen werden toen na een verre reis 40 dagen geïsoleerd, om eventuele besmettingen te voorkomen. Een quarantaine duurde daarom oorspronkelijk 40 dagen. En het is dus afgeleid van het Italiaanse woord voor veertig: quaranta.

Bron: onzetaal.nl

3) CORONABIER
Voordat ik over het Coronavirus hoorde, kende ik het woord Corona alleen maar van het Mexicaanse biertje Corona met de gele etiketten. Maar hoe zou het in de Corona-hectiek-paniek met het Coronabier zijn?

Het blijkt dat de grootste brouwerij ter wereld AB InBev heeft laten weten dat er de laatste maanden minder Coronabier wordt verkocht. De uitbraak van het virus viel samen met het Chinese Nieuwjaar. De vraag naar Coronabier was in die tijd in China flink minder. En ook in de VS blijkt dat 38% van de bierdrinkers het Coronabier niet uit de schappen pakken. De brouwer houdt over de gehele linie rekening met een daling van het bedrijfsresultaat van ongeveer 10 procent in het eerste kwartaal.

Zo gaat dat dus; het Coronavirus heeft niets met het Mexicaanse Coronabier te maken en toch beïnvloeden zij elkaar. Ik vind dat we massaal in Nederland Coronabier moeten kopen.

4) HOTEL CORONA
Wat leuk om te weten is dat er in Den Haag een hotel is dat Corona heet. Boutique Hotel Corona is zelfs het oudste viersterrenhotel in Den Haag. Het hotel bevindt zich in het centrum op het Buitenhof en is gevestigd in drie 17e-eeuwse panden. Bij de hotelentree zie je dan ook nog drie verschillende gevels.

Van 1783 tot 1818 heette het hotel ‘De Beurs van Amsterdam’. Daarna deden de panden dienst als kantoor, winkel en een bank. Vanaf 1921 werd het weer een hotel en na de Tweede Wereldoorlog gaf de nieuwe directeur het hotel de naam Corona. Zo’n 100 jaar geleden kostte een overnachting slechts drie-en-een-halve gulden (circa 1,50 euro). En nu kost de goedkoopste kamer rond de 90 euro.

Bron: www.corona.nl

5) CORONA ALS ACCENTTEKEN
In mijn speurwerk naar meer Coronanieuws – anders dan over het virus – stuitte ik op een leuk taalweetje. En dat vind ik natuurlijk dubbel zo leuk om hier te laten weten. Het is namelijk zo dat een corona ook een diakritisch teken is. Oké, wat is dat nu weer?

Een diakritisch teken is is een schriftteken dat boven, onder of door een letter gezet wordt ter aanduiding van de uitspraak. Dat zegt je nog niets, maar denk aan de accenttekens die vaak voor Franse woorden worden gebruikt: accent aigu (é), accent grave (è) of het trema (ë). Of denk aan de bekende Duitse umlaut (ü).

Nu zijn er ook tekens die niet in het Nederlands worden gebruikt. Eentje daarvan noemen ze ‘corona’. Deze naam komt uit het Latijn en betekent kroon. Het is een teken in de vorm van een kleine cirkel op de a of de u: å of ů. De a met een corona zie je in de Scandinavische talen en de u met een corona komt alleen in het Technisch voor.

6) EPIDEMIE EN PANDEMIE
Epidemie en pandemie zijn woorden die in de coronacrisis veel voorkomen, maar wat betekenen ze precies en waar komen ze vandaan?

Epidemie
Het woord epidemie is afkomtig uit het Grieks, namelijk epidémios en dat betekent ‘over de (gehele) bevolking’. Het is een verschijnsel dat meestal in ongunstige zin optreedt in een kleiner of groter gebied van mens of dier. Het begrip wordt in het bijzonder gebruikt wanneer een ziekte in een grotere frequentie dan normaal voorkomt. Zoals nu bij het coronavirus.

Pandemie
Een pandemie is een epidemie op wereldwijde schaal oftewel die zich over de continenten verspreidt. Het woord is eveneens afkomstig uit het Grieks: pandemia (παν (pan) betekent geheel, δῆμος (dêmos) betekent mensen/volk).

Bron: wikipedia

PUBERPRAAT – Kleine kindjes worden snel groot

PUBERPRAAT – Kleine kindjes worden snel groot
Puberpraat – Kleine kindjes worden snel groot

Gelukkig groei je mee met het ouder worden van je kinderen. Je wordt zeer geleidelijk meegenomen in dit ontwikkelproces. Toch kun je op sommige momenten verrast worden. Althans ik wél! Alsof je niet goed gekeken hebt. Ineens is er toch iets aan de hand waarvan je denkt: woho… dit had ik even niet zien aankomen.

Zo is mijn jongste kind inmiddels veertien jaar. Hij zit in de derde klas en is behoorlijk zelfstandig. Soms kookt hij voor ons en dat betekent óók de boodschappen doen. En dat doet hij! Hij kookt natuurlijk iets dat hij zelf lekker vindt, maar hij doet het toch maar wel. Oké, dat is iets waar we in meegegroeid zijn. Van brood halen en zelf chocolademelk bestellen (‘Je veux un chocola chaud’) op de Franse camping, naar mee boodschappen doen en uiteindelijk in zijn eentje die boodschappen halen én betalen. Eerst met cash geld, maar inmiddels doet hij dat met zijn eigen pinpas.

Af en toe sloeg de laatste tijd zoonlief zijn stem over en moesten we er samen met hem erg om lachen. Op dat moment had ik niet zo erg in de gaten dat zijn pubertijd eigenlijk al op volle kracht was. Het was immers mijn kleine jongetje dat zo van dansen houdt en altijd de kleinste van de klas is. Op een dag komt hij naar ons toe en zegt: ‘Pap, kun je me helpen met het scheren van mijn snor?’ Ehhhhhhhhh… dat was zo’n moment dat ik dus enorm verrast werd in zijn ontwikkelproces. Naar adem happend, dacht ik alleen maar: Scheren? Snor? Oh my god. En dan? Hoe vaak? Kunnen we dit nog terugdraaien? Gelukkig bleef manlief heel relaxed en heeft hij dit met zoonlief geregeld. En nu is het zo dat die kleine jongen, die toch ook al weer groot wordt, het heerlijk vindt hij als hij zich geschoren heeft. ‘Een lekker babyhuidje heb ik dan joh.’ Hij steekt er soms jongens die ouder zijn en er weken voor moeten sparen af en toe – goed bedoeld wel – hun ogen zelfs mee uit.

Dan denk je vervolgens dat je wel weer een beetje op ree bent in het puberontwikkelproces. Dat je bij bent en alles in de gaten hebt. Totdat hij plotseling zegt: ‘Mam, ik wil een tweepersoonsbed, mag dat?’ Ehhhhhhhhh… dat is verdorie wéér zo’n moment dat ik enorm verrast word in zijn ontwikkelproces. Toen onze dochter die ouder is ons dezelfde vraag stelde, lag ze er dezelfde avond nog mét haar vriendje in. Dus wederom naar adem happend, dacht ik alleen maar: Tweepersoonsbed? Waarom? Met wie? Oh my god. Is er nu al iemand met wie hij in dit bed wil liggen? Dat trek ik niet, het is te vroeg… Gelukkig is dat het niet en wil hij gewoon alleen maar heerlijk breeduit liggen, want lekker slapen dat kunnen die pubers supergoed. Natuurlijk wel pas vanaf héél laat en tot ver in de morgen.

Toch ben ik nu alert, doe ik de deur op slot en verstop ik elke nacht de sleutel, want je snor scheren à la, maar iemand in je bed erbij. Daar ben ik echt nog even niet aan toe…

TAALTIP – Waar komt ‘zo gek als een deur’ vandaan?

TAALTIP – Waar komt ‘zo gek als een deur’ vandaan?
Taaltip – Waar komt ‘zo gek als een deur’ vandaan?

Soms, heel soms, verklaar je iemand voor gek of zelfs voor knettergek. En dan zeg je tegen die persoon: ‘Jij bent echt zo gek als een deur!’ Toch wel een beetje vreemd, je zegt dat iemand knettergek is en dan heb je het over een deur. Waarom is dat zo, vraag je je af.

Het Genootschap Onze Taal biedt hierin uitkomst. Het woord deur in deze uitdrukking is een oud woord voor ‘nar’ of ‘zot’.  In het Duits noemen ze een dwaas zelfs  ‘der Tor’. Dat lijkt als je uitspreekt best op deur. Het heeft dus niet zo veel te maken met een deur die open en dicht kan. De deur die open en dicht kan, is verwant met het Gotische ‘dauro’.

In het Middelnederlands had ‘deur’ twee betekenissen: deur en dwaas. In de huidige tijd kennen we het woord deur alleen maar als deur en niet meer als dwaas, maar de uitdrukking bestaat dus nog steeds.  Alleen kennen we de betekenis er niet meer van. Nu weet je echter waarom je het zegt als je iemand voor ‘zo gek als een deur’ verklaart!

STEDENTRIPTIP – Athene

STEDENTRIPTIP – Athene
Stedentriptip – Athene

Athene, een stad met niet alleen heel veel historie, maar inmiddels ook een immense stad met maar liefst vijf miljoen inwoners. Dat is veel als je weet dat Griekenland in totaal slechts een kleine elf miljoen inwoners heeft. Athene is absoluut een stedentrip waard. Wat indruk op mij maakte, is dat er in deze immense stad toch veel groen vinden is. Er zijn niet alleen veel parken en bomen, maar ook op balkonnetjes en dakterrassen zie je veel goed verzorgde planten en boompjes staan. En dat terwijl het er ook meer dan veertig graden kan zijn in de zomer.

In de binnenstad, en dan met name in de wijken Plaka en Monastriraki, adem je de oude historie van 2500 jaar geleden in. Op verschillende plekken in de stad vind je meer dan twee eeuwen-oude bouwwerken. Deze ‘bouwplaatsen’ kun je allemaal bezoeken. Voor zeven historisch archeologische bouwplaatsen koop je een ticket dat dertig euro kost. Dit ticket is wel prijzig, maar is vijf dagen geldig. Wil je slechts één plaats bekijken dan betaal je twintig euro; dus voor tien euro meer kun je meer plekken bekijken. Dat hebben de Grieken goed bedacht. In de winter kost één plaats bezoeken slechts tien euro en zeven plekken twintig euro. Het mooie daarbij is wel dat het voor kinderen tot en met achttien jaar en studenten in zomer en winter gratis is. De Grieken vinden het namelijk belangrijk dat zij dit cultureel erfgoed meekrijgen.

De meest bezochte en het meest indrukwekkende bouwwerk is wel het Partenon dat hoog boven de stad uittorent op de 156 meter hoge tafelberg Acropolis. Als je in Athene bent, moet je die wel bezocht hebben. Dat zie je, dat voel je en mág je dus niet missen. ‘s Avonds is deze Acroplisberg ook nog eens heel mooi belicht. Het Partenon is een enorme tempel gebouwd voor Athena Partenos (de maagd) die de beschermgodin van de stad is. Dit bouwwerk bestaat uit zesenveertig zuilen van inmiddels door de duizenden jaren heen vergeeld marmer. Het is een hele klim de berg op, zeker als het heel warm is, maar absoluut waard om zo dichtbij te komen. Daarnaast heb je een heel mooi uitzicht over de stad. Het is wel handig om van te voren flesjes water te kopen bij een kiosk buiten het terrein. Koop je water op het terrein dan ben je een stuk duurder uit.

Ook de andere plekken die je met je ticket kunt bezoeken, zijn de moeite waard. Zo heb je bijvoorbeeld de tempel van Zeus waar nog maar vijftien van de in totaal honderdvier zuilen van zeventien meter hoog overeind staan. Of de tempel van de zoon van Zeus genaamd Hephaistos, die nog overdekt is. Een andere ‘must-do’ is het beklimmen van de driehonderd meter hoge Lykavittosberg. Het is het hoogste punt van de stad; nog hoger dan de Acropolis. Je kunt er met de Teleferik, een kabeltreintje komen, maar dat is eigenlijk zonde. De trein zit in een schacht en je ziet dus pas iets als je boven bent. Bovendien betaal je voor een paar minuten voor een retourtje veel geld. Mooier is het als je de berg oploopt. Weliswaar wederom een flinke klim, maar boven gekomen krijg je als cadeautje een geweldig uitzicht over de stad.

Voordat je al deze bezienswaardigheden gaat bekijken, is het erg handig en bovenal leuk om een fietstour door de stad te doen. Bij Let’s meet in Athens, dat is opgezet door de Nederlandse Monique, kun je een drie uur durende fietstour doen met een Nederlandse gids. Deze gids laat je de highlights van Athene zien. Daarnaast leer je de stad alvast kennen. Tijdens de tour fiets je bijvoorbeeld door de Nationale tuin (het is eigenlijk een groot park) in 1939 aangelegd door koningin Amalia en haar Duitse tuinman. Deze koningin is de vrouw van de Duitse koning Otto die het land van 1832 tot 1862 regeerde. Amalia wilde eigenlijk niet mee naar Griekenland en stelde als eis dat ze haar eigen dierentuin kreeg. Dat gebeurde. Ze creëerden een tuin vol met apen en leeuwen en allerlei soorten planten en bomen. De apen en leeuwen zijn er niet meer, maar je ziet er nog wel geiten, ganzen en schildpadden.

Ook het oude Olympische stadion wordt tijdens de fietstour aangedaan. Een stadion in u-vorm met allemaal banken van marmer. Het stadion is met de Olympische spelen in 2004 niet meer gebruikt voor wedstrijden, maar wel voor het uitreiken van de medailles. Zeker indrukwekkend als je er voor staat en bedenkt hoe het eruit ziet als het stadion helemaal vol zit. Tijdens de fietstour kun je ook de wisseling van de wachten van het parlementsgebouw gaan bekijken. Deze ‘évzones’ of wel leden van de presidentiële garde zijn gekleed in traditionele kleding en voeren in duo’s een soort trage dans op waarbij ze slaan met hun voeten en benen als een paard. Dit om het paard te vereren. Het wordt ieder uur gedaan. De jongens die dit doen vervullen op deze manier hun dienstplicht en het wordt in Griekenland als een hele eer gezien als je dit mag doen.

In Athene zitten natuurlijk ook tal van restaurantjes. Rondom de oude historische plekken word je echt overal aangesproken om iets te komen eten. Een tip van onze fietsgids is om niet in de bekende wijken Plaka en Monastriraki te gaan eten, maar in de aangrenzende wijk Psyri. Daar is het veel minder toeristisch, beduidend goedkoper en net zo gezellig. Athene, een stad die echt de moeite waard is om te bezoeken…

STEDENTRIPTIP – Lissabon

STEDENTRIPTIP – Lissabon
Stedentriptip – Lissabon

Wat is Lissabon een heerlijke stad voor een stedentrip. Een stad die gebouwd is op zeven heuvelen en over veel kleine kruipdoor- en sluipdoorstraatjes beschikt, maar daarnaast ook grote pleinen heeft. Opvallend vond ik vooral het gebruik van tegels in verschillende motieven en kleuren. Muren van gebouwen zijn ermee bekleed en geeft zo’n pand net even iets meer dan het pand ernaast zonder die tegels. Hoewel de egaal gestuukte muren voorzien van een felle of pastelkleur ook niet mogen ontbreken in het Portugese straatbeeld. Echter niet alleen op de muren worden tegels gebruikt ook op de straten liggen de stenen in mooie mozaïeken. Soms moet je wel even opletten omdat door de vele bezoekers van de stad door de jaren heen de stenen flink glad zijn geworden.

Een ontzettend leuke ervaring en must-do is het ritje met tramlijn 28. Deze nostalgische oude tram rijdt van de ene kant van de stad naar de andere door allerlei smalle en steile straatjes. Als je vervolgens uitstapt bij het bekende uitkijkpunt in de wijk Bairro do Castelo, kun je na van het geweldige uitzicht over de stad genoten te hebben, doorklimmen naar het nog hoger gelegen Castelo de São Jorge (Kasteel Sint-Joris). Dit kasteel ligt op de hoogste heuvel van Lissabon. Wil je het kasteel van binnen bekijken dan moet er een kaartje gekocht worden. Als je geen kaartje wil kopen voor het kasteel, zijn de straatjes eromheen ook prima om te vertoeven en van het uitzicht te genieten. Daarna kun je door de straatjes langs allerlei leuke kleine winkeltjes teruglopen naar beneden.

Als je niet meer wilt lopen, kun je bij de kathedraal Sé de Lisboa op een tuk-tuk stappen. Deze kleurige driewielige (elektrische) brommerwagentjes zijn er in verschillende afmetingen voor twee personen tot aan zes personen. Je kunt zo’n tuk-tuk als taxi gebruiken om je van de ene naar de andere plek te laten brengen of voor een bepaalde tijd huren. De chauffeur of chauffeuse rijdt je dan langs allerlei bezienswaardigheden. Tuk-tuks kunnen op plaatsen komen waar de tram of de taxi niet mag komen, dus dat is een voordeel. Bovendien is het gewoon ook heel leuk om in zo’n tuk-tuk rondgereden te worden. Zeker als het lekker warm weer is en je de wind op je gezicht voelt. Ook bij regen kan er in gereden worden, want de meeste tuk-tuks hebben een dakje erop zitten.

Dit waren slechts een paar bezienswaardigheden in Lissabon en er is nog veel meer te zien. Zo loop je vanuit het centrum heel gemakkelijk naar het water genaamd de Taag. En is er nog de smeedijzeren lift Elevador de Santa Justa die ontworpen is door Raul Mesnier de Ponsard, een leerling van Gustave Eiffel. De lift heeft de neogotische stijl van rond 1900 en verbindt de Santa Justa-straat, in het centrum van Lissabon, met het hoger gelegen Carmoplein.

Het is een heerlijke stad om in rond te lopen of even snel de metro te pakken, want ook dat is een prima netwerk. Voor zes en halve euro per dag per persoon kun je de hele dag het metro-, bus- en tramnetwerk gebruiken. Óók die leuke nostalgische tram 28!

 

SOCIAL-MEDIA-TIP – Nieuwsoverzicht Facebook

SOCIAL-MEDIA-TIP – Nieuwsoverzicht Facebook
Social-media-tip – Facebookberichten bovenaan in nieuwsoverzicht

Facebook is een mooie manier om op de hoogte te blijven van het wel en wee van vrienden en bekenden. Daarnaast kun je via Facebook ook allerlei berichten ontvangen van winkels die je leuk vindt of organisaties en bedrijven zoals bijvoorbeeld Koning Bolo. Nu hoop je dat als je die accounts gaat volgen dat je de berichten ook altijd te zien krijgt. Helaas is dat niet waar. Facebook maakt namelijk gebruik van een algoritme en dat zijn eigenlijk regels die de volgorde bepalen waarin Facebook jou de berichten laat zien op je tijdlijn.

Zelf invloed uitoefenen

Volgens Facebook beslissen gebruikers zelf wat zij zien in hun tijdlijn. Maar dat is dan wel gebaseerd op onder andere het liken en delen van berichten en ook het aantal reacties erop. Facebook geeft aan dit verder alleen te rangschikken. Hoe zij dat precies doen is niet duidelijk. Toch kun je zelf nóg meer invloed uitoefenen op de berichten de je graag wilt zien. Je kunt namelijk op een account aangeven dat je dat bericht altijd bovenin in je nieuwsoverzicht wilt hebben. Op die manier mis je niet zo snel meer berichten van je favoriete accounts.

Nieuwsoverzicht aanpassen

Om in te stellen op Facebook dat je van een bepaald account altijd een bericht bovenin je nieuwsoverzicht wil hebben, moet het volgende instellen:

  • ga op Facebook naar instellingen (op de computer rechtsboven naast het vraagteken/op de telefoon rechtsonder op de 3 horizontale streepjes klikken, kies daarna voor instellingen-scroll hiervoor naar beneden-)
  • kies vervolgens voor ‘Voorkeuren voor nieuwsoverzicht’
  • je ziet een scherm met bovenin een sterretje waar staat ‘Geef aan van wie je het eerste berichten wilt zien’, klik dat aan
  • je krijgt alle accounts (ook personen) die je volgt in je beeldscherm
  • tik of klik op het account van je keuze, er verschijnt een sterretje
  • als er een sterretje staat, betekent dat de berichten van dat account altijd bovenin je nieuwsoverzicht komen te staan.

Dus wil je de berichten van Tekstbureau Koning Bolo niet meer missen, zorg dan dat het Facebookaccount van Koning Bolo een sterretje krijgt!

BOEKENTIP – Mijn moeder/vader zei altijd

BOEKENTIP – Mijn moeder/vader zei altijd
Boekentip – Mijn moeder/vader zei altijd

Het gaat in deze boekentip niet om één boek maar om twee boeken uit dezelfde serie geschreven door Jaap Toorenaar. De boekjes kwamen tot stand in samenwerking met het maandblad Onze Taal. Na de oproep ‘Wat zeiden uw ouders altijd’ in dat blad en heel veel media-aandacht stroomt de mailbox van Toorenaar vol. Hij brengt als eerste ‘Mijn moeder zei altijd’ uit. Twee jaar later wordt de opvolger ‘Mijn vader zei altijd’ uitgebracht. In beide boekjes staan uitspraken van vaders, moeders, opa’s en oma’s. Het is een waar feestje om de in categorieën verdeelde uitspraken door te lezen en ook soms zelfs te herkennen. En het mooie is dat er vaak uitleg bij gegeven wordt en dat is af en toe ook wel nodig.

Op bladzijde 73 van ‘Mijn moeder zei altijd’ staat een uitspraak die bij ons thuis ook regelmatig voorbij kwam, namelijk: “Achterom is het kermis.” In het boekje staat de uitleg dat men als kind niet via de voordeur naar binnen mocht, maar gewoon even moest omlopen en dus via de achterdeur. Ook bij ons was dat aan de orde. Grappig om te lezen dat er nog meer mensen zijn die de uitspraak gebruiken. En ik ga ‘m nu zelf ook inzetten als een van mijn kinderen weer eens geen zin heeft om achterom te lopen.

Een andere uitspraak die ik herken staat op bladzijde 80 van dat zelfde boekje. Mijn opa, en later ook mijn moeder, zei altijd als je er een mes in het spel was: “Kijk uit, snij niet in je rug.” In het boekje is de uitspraak ook van een opa die waarschuwt bij het gebruik van een mes. Stiekem verdenk ik mijn familie ervan dat ze onze familie-uitspraken hebben opgestuurd naar de schrijver, want hoe is het mogelijk dat deze uitspraken ook door andere mensen worden gedaan. Het zijn absoluut leuke boekjes om door te spitten om zo te kijken welke uitspraken je herkent en om de humor in de uitspraken te zien. Zo lees ik bijvoorbeeld in ‘Mijn vader zei altijd’ de uitspraak van iemand die naar bed gaat: “Ik ga waterpas.”

Mijn moeder/vader zei altijd
Afbeeldingen van boeken Mijn vader zei altijd of Mijn moeder zei altijd

TAALTIP – Waar komt ‘snipverkouden’ vandaan?

TAALTIP – Waar komt ‘snipverkouden’ vandaan?
TAALTIP – Waar komt de uitdrukking ‘snipverkouden’ vandaan?

Winter en kou gaan vaak hand-in-hand met griep en verkoudheid. Beide ongemakkelijkheden zijn in de winter zo opgelopen. Bij mensen met een flinke verkoudheid loopt, of beter gezegd, druppelt het water dan letterlijk uit de neus. In de winterse dagen hoor je dan vaak genoeg zeggen: “Ik ben snipverkouden.” Als ik dit hoor, gaan mijn gedachten direct alle kanten uit. Snipverkouden, waar komt deze uitdrukking eigenlijk vandaan?

Hoe leg ik uit aan mensen die uit een ander land afkomstig zijn en niet opgegroeid zijn met de uitdrukkingen van de Nederlandse taal waar dit vandaan komt. Ik moet eerlijk zeggen dat het voor mij heel duidelijk is wat ‘snipverkouden’ betekent, maar waarom we het zo zeggen weet ik eigenlijk ook niet. Het Instituut voor de Nederlandse taal biedt hierin uitkomst. Volgens dit instituut werd de uitdrukking ‘snipverkouden’ voor het eerst 100 jaar geleden aangetroffen. Zij geven aan dat het te maken heeft met een vogeltje genaamd snip. Er zijn verschillende snippen bekend zoals de houtsnip, de watersnip en de poelsnip. Vogels met een lange dunne snavel. De snip behoort samen met de kievit en de grutto tot groep steltlopers omdat zij ook nog eens lange poten hebben.

We hebben het dus over een vogel met een lange dunne snavel en lange poten. En nu komt het hoor, want de waarschijnlijkste verklaring voor ‘snipverkouden’ is dat het te maken heeft met de druppels of het waterige modder dat de snip aan zijn snavel heeft hangen bij het zoeken naar voedsel. Het lijkt erop alsof het snot uit zijn ‘neus’ loopt en alsof hij erg verkouden is, snipverkouden dus! Altijd handig om te weten als je weer eens je neus moet snuiten omdat je snipverkouden bent.

TAALTIP – Waar komt spiegelei vandaan?

TAALTIP – Waar komt spiegelei vandaan?
TAALTIP – Waar komt spiegelei vandaan?

Wanneer je gaat lunchen zie je op de menukaart vaak de gerechten omelet en uitsmijter staan. Op zo’n moment raak ik altijd in verwarring. Wat is het één en wat is het ander ook al alweer? En hoe goed ik elke keer oplet; een volgende keer weet ik het wederom niet. Daarom nu even hier zwart op wit; om niet meer te vergeten. Of gewoon om bij hoge nood op te zoeken. Bij een omelet worden de eieren licht geklutst en er kan soms ook wat melk bijgedaan worden. Daarna wordt het geklutste geheel in de koekenpan gebakken. Dat is één.

Nummer twee is de uitsmijter en deze bestaat uit minimaal twee spiegeleieren, lees ik als ik het opzoek. Wederom een nieuwe eierterm voor mijn brein… Een spiegelei is ‘een gebakken ei waarbij de dooier heel blijft bij het bakken’. Duidelijk! Die onthoud ik, maar waar komt de term spiegelei vandaan? Op de website van het Instituut van de Nederlandse Taal lees ik dat het woord spiegelei zijn oorsprong in het Frans vindt. Het is een Nederlandse vertaling van oeuf (au) miroir. Daar staat dat het ei die naam waarschijnlijk heeft gekregen omdat de hele, meestal glimmende dooier reflecteert, net zoals een spiegel dat doet. Grappig om de oorsprong van woorden te ontdekken…

STEDENTRIPTIP – Praag

STEDENTRIPTIP – Praag
Stedentriptip – Praag

De Tsjechische stad Praag is een echte aanrader als je een leuke stedentrip wilt maken. De Oude Stad (Staré Mēsto) is sinds de tiende eeuw het centrum van Praag en is een van de grootste bewaard gebleven stadskernen van Europa. Het staat daarom ook op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Het mooie is dat de oude gebouwen in de stad allemaal goed onderhouden zijn en verschillende bouwstijlen hebben; je kijkt dus echt je ogen uit. Daarbij heeft Praag ook nog eens veel bruggen en de bekendste daarvan is de Karelsbrug (Karluv Most).

De eerste steen van de brug is gelegd door koning Karel de IV in 1357; inderdaad best lang geleden. De brug is een heuse bezienswaardigheid en het is er dus ook een drukte van belang. Op de brug staan wel dertig beelden, veel kraampjes met sieraden en schilderijtjes en er zitten karikatuurtekenaars. Bij het beeld van Sint Jan Nepomucky zie je heel veel mensen de hond of de voeten van het beeld aanraken. Het verhaal gaat dat aanraken geluk brengt, alleen de vraag is of je nu de hond of de voeten moet aanraken. Het beste is dus om te maar allebei te doen om geen geluk mis te lopen. Ook kun je de stad vanaf het water bekijken door het maken van een boottocht over de rivier de Moldau of bij mooi weer lekker gaan ronddobberen op een waterfiets.

Praag heeft nog veel meer bezienswaardigheden te bieden. Zoals bijvoorbeeld de Praagse burcht en de Petrinheuvel met Petrintoren. Deze laatste is een minireplica van de Eiffeltoren en stamt uit 1891. Parijs was in die tijd een voorbeeld voor veel andere landen en Praag wilde daarom ook een eigen Effeltoren. Echter het geld was op en de toren kon dus niet zo groot worden als in Parijs. Maar, dachten ze in die tijd, als we de toren op een heuvel plaatsen, lijkt de toren groter. Op die Petrinheuvel heb je een heel mooi uitzicht over de stad. Ook de uit de middeleeuwen afkomstige astronomische klok op het oude stadsplein moet je gezien hebben als je in Praag bent. Elk heel uur zie je het plein rondom de klok vollopen met toeristen. Als de klok slaat, gaan er boven de klok twee deurtjes open en verschijnen er 12 apostelen voor de deurtjes. De poppetjes zijn in no time weer weg dus stel daar niet teveel van voor, maar de klok is wel heel mooi om gezien te hebben en de sfeer op het plein is heerlijk om te proeven. Je komt er allerlei verschillende nationaliteiten tegen.

Maar toch… de allerleukste manier om de stad te ontdekken is per fiets. Bij MijnPraagTours, dat is opgezet door twee Nederlandse jongens, kun je een drie uur durende fietstocht door de stad en de heuvels maken en je krijgt dan in het Nederlands de hoogtepunten met daarbij behorende anekdotes van de stad te horen en uiteraard te zien. Een absolute aanrader! De fietsen zijn voorzien van vering en als je eenmaal aan het fietsen bent, snap je ook direct waarom. Je stuitert namelijk lekker over de eeuwenoude klinkerweggetjes. Wil je liever niet fietsen dan kun je daar ook wandelingen door de stad boeken of je neemt zelf de metro via het metrostelsel met ellenlange roltrappen. Praag is een echte must-see; ga graag naar Praag dus!