TAALTIP – Waar komt ‘zo gek als een deur’ vandaan?

TAALTIP – Waar komt ‘zo gek als een deur’ vandaan?
Taaltip – Waar komt ‘zo gek als een deur’ vandaan?

Soms, heel soms, verklaar je iemand voor gek of zelfs voor knettergek. En dan zeg je tegen die persoon: ‘Jij bent echt zo gek als een deur!’ Toch wel een beetje vreemd, je zegt dat iemand knettergek is en dan heb je het over een deur. Waarom is dat zo, vraag je je af.

Het Genootschap Onze Taal biedt hierin uitkomst. Het woord deur in deze uitdrukking is een oud woord voor ‘nar’ of ‘zot’.  In het Duits noemen ze een dwaas zelfs  ‘der Tor’. Dat lijkt als je uitspreekt best op deur. Het heeft dus niet zo veel te maken met een deur die open en dicht kan. De deur die open en dicht kan, is verwant met het Gotische ‘dauro’.

In het Middelnederlands had ‘deur’ twee betekenissen: deur en dwaas. In de huidige tijd kennen we het woord deur alleen maar als deur en niet meer als dwaas, maar de uitdrukking bestaat dus nog steeds.  Alleen kennen we de betekenis er niet meer van. Nu weet je echter waarom je het zegt als je iemand voor ‘zo gek als een deur’ verklaart!

TAALTIP – Waar komt ‘snipverkouden’ vandaan?

TAALTIP – Waar komt ‘snipverkouden’ vandaan?
TAALTIP – Waar komt de uitdrukking ‘snipverkouden’ vandaan?

Winter en kou gaan vaak hand-in-hand met griep en verkoudheid. Beide ongemakkelijkheden zijn in de winter zo opgelopen. Bij mensen met een flinke verkoudheid loopt, of beter gezegd, druppelt het water dan letterlijk uit de neus. In de winterse dagen hoor je dan vaak genoeg zeggen: “Ik ben snipverkouden.” Als ik dit hoor, gaan mijn gedachten direct alle kanten uit. Snipverkouden, waar komt deze uitdrukking eigenlijk vandaan?

Hoe leg ik uit aan mensen die uit een ander land afkomstig zijn en niet opgegroeid zijn met de uitdrukkingen van de Nederlandse taal waar dit vandaan komt. Ik moet eerlijk zeggen dat het voor mij heel duidelijk is wat ‘snipverkouden’ betekent, maar waarom we het zo zeggen weet ik eigenlijk ook niet. Het Instituut voor de Nederlandse taal biedt hierin uitkomst. Volgens dit instituut werd de uitdrukking ‘snipverkouden’ voor het eerst 100 jaar geleden aangetroffen. Zij geven aan dat het te maken heeft met een vogeltje genaamd snip. Er zijn verschillende snippen bekend zoals de houtsnip, de watersnip en de poelsnip. Vogels met een lange dunne snavel. De snip behoort samen met de kievit en de grutto tot groep steltlopers omdat zij ook nog eens lange poten hebben.

We hebben het dus over een vogel met een lange dunne snavel en lange poten. En nu komt het hoor, want de waarschijnlijkste verklaring voor ‘snipverkouden’ is dat het te maken heeft met de druppels of het waterige modder dat de snip aan zijn snavel heeft hangen bij het zoeken naar voedsel. Het lijkt erop alsof het snot uit zijn ‘neus’ loopt en alsof hij erg verkouden is, snipverkouden dus! Altijd handig om te weten als je weer eens je neus moet snuiten omdat je snipverkouden bent.

TAALTIP – Waar komt spiegelei vandaan?

TAALTIP – Waar komt spiegelei vandaan?
TAALTIP – Waar komt spiegelei vandaan?

Wanneer je gaat lunchen zie je op de menukaart vaak de gerechten omelet en uitsmijter staan. Op zo’n moment raak ik altijd in verwarring. Wat is het één en wat is het ander ook al alweer? En hoe goed ik elke keer oplet; een volgende keer weet ik het wederom niet. Daarom nu even hier zwart op wit; om niet meer te vergeten. Of gewoon om bij hoge nood op te zoeken. Bij een omelet worden de eieren licht geklutst en er kan soms ook wat melk bijgedaan worden. Daarna wordt het geklutste geheel in de koekenpan gebakken. Dat is één.

Nummer twee is de uitsmijter en deze bestaat uit minimaal twee spiegeleieren, lees ik als ik het opzoek. Wederom een nieuwe eierterm voor mijn brein… Een spiegelei is ‘een gebakken ei waarbij de dooier heel blijft bij het bakken’. Duidelijk! Die onthoud ik, maar waar komt de term spiegelei vandaan? Op de website van het Instituut van de Nederlandse Taal lees ik dat het woord spiegelei zijn oorsprong in het Frans vindt. Het is een Nederlandse vertaling van oeuf (au) miroir. Daar staat dat het ei die naam waarschijnlijk heeft gekregen omdat de hele, meestal glimmende dooier reflecteert, net zoals een spiegel dat doet. Grappig om de oorsprong van woorden te ontdekken…

TAALTIP – Waar komt wiskunde vandaan?

TAALTIP – Waar komt wiskunde vandaan?

Vandaag hebben heel veel jongeren te horen gekregen dat zij geslaagd zijn voor hun eindexamen van de middelbare school. Het vol spanning moeten wachten op dat telefoontje is natuurlijk vreselijk; dat herinnert een ieder zich vast nog wel. Wanneer zou jij nu aan de beurt zijn? Maar als dan het verlossende woord komt, spring je natuurlijk een gat in de lucht. Voor een aantal jongeren mondde dat wachten echter uit in een teleurstelling. Sommigen kunnen een her doen en anderen moeten gewoon volgend jaar weer aan de bak. Al deze jongeren hebben examen moeten doen in ‘wiskunde’. Voor ieder een begrip. We weten allemaal wat dat vak inhoudt. Maar waar komt het woord wiskunde dan precies vandaan? Waarom noemen we dat zo? 

Volgens het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, het INL, is het woord wiskunde halverwege de zeventiende eeuw ontstaan en betekent het letterlijk ‘zekere kennis, kennis die je kunt bewijzen door berekening’. Kunde staat voor kennis en wetenschap. En het woordje wis betekent stellig en zeker. Denk maar aan de uitspraak ‘wis en waarachtig’. Kijk voor een uitgebreide uitleg op de website van het INL: Waar komt wiskunde vandaan?

TAALTIP – Komt voor de bakker!

De donkere dagen voor kerst zijn inmiddels aangebroken. De kaarsjes zijn voor de dag gehaald en ook de kerstballen, klokken en guirlandes worden weer onder het stof van zolder of uit de trapkast opgeduikeld. De huizen worden allemaal in paraatheid gebracht voor de feestdagen. Ik vind het altijd een heerlijke periode. Als het donker wordt, zie je de lichtjes buiten in de bomen aangaan of tegenwoordig zijn dat zelfs complete figuren van licht aan de gevels of in de tuin. ’s Ochtends doet de eerste die beneden komt de lichtjes in de kerstboom aan en dat geeft toch wel direct dat heerlijke kerstgevoel. Langzaam maar zeker gaan we dan richting de kerstdagen.

Kerstavond vieren wij traditiegetrouw met mijn ouders en het gezin van mijn broer. Mijn moeder bakt voor die avond altijd krentenbrood. En dat is niet zomaar een krentenbrood. Het is brood met een hele speciale smaak. Wij vinden het zelfs lekkerder dan het brood van de bakker! Nu wij onze eigen gezinnen hebben, krijgen wij ook altijd een half krentenbrood mee naar huis om ook de andere twee kerstdagen van een sneetje krentenbrood te kunnen genieten. Elk jaar als de kerstdagen een beetje in zicht zijn, vragen wij aan mijn moeder of ze met kerst weer zo’n heerlijk krentenbrood gaat bakken. Het is eigenlijk elke keer weer enorme klus en elk jaar denkt ze ‘ik doe het dit jaar eens een keer niet’, maar omdat wij zo aandringen doet ze het toch elke keer weer.

Dit jaar vroegen we het natuurlijk wederom aan haar en al direct antwoordde zij terug ‘ja jongens; het komt voor de bakker’. Nu bedoelde ze niet dat het krentenbrood deze keer van de bakker moest komen, maar dat ze het al geregeld had. Het gist en de andere ingrediënten die dit krentenbrood zo speciaal maken, had ze al besteld. Dat is een goed vooruitzicht voor ons, maar ik vroeg mij tegelijkertijd wel af, waar komt deze uitdrukking precies vandaan? Op de website van het Genootschap Onze Taal, wat overigens een hele fijne website is, wordt het uitgelegd. Zij schrijven dat in het Groot Uitdrukkingenboek van Van Dale staat dat deze uitdrukking wellicht herinnert aan vroeger tijden. Toen kneedde men vaak zelf het deeg en lieten de mensen het vervolgens bij de bakker bakken. Als het deeg dan ‘voor de bakker’ was, dan was het deeg dus gekneed en kon het gebakken worden door de bakker. Nooit geweten.

Mijn moeder heeft de bakker gelukkig niet nodig. Zij kneedt en bakt het brood helemaal zelf en wij mogen het dan opeten. Nou ik kan je vertellen: dat komt helemaal voor de bakker!