BLOG – Plaatsvervangende nervositeit

BLOG – Plaatsvervangende nervositeit

Ken je dat? Dat niet jij, maar één van je familieleden iets belangrijks moet doen. Iets waar best een beetje druk op ligt? En dat jij dan zelf ruim voor de wekker wakker bent en ook nog eens bar slecht geslapen hebt? Gisteren had ik zo’n dag. Dochterlief moest een belangrijk examen doen en het was ook nog eens vrijdag de dertiende. Ik was natuurlijk veel te vroeg wakker.

Op het moment dat zij de deur uitgaat, voelt het alsof ik haar naar de slachtbank laat gaan. Zo’n zielig lammetje dat je aankijkt met van die vragende ogen: doe het niet. Zo keek ze echt een beetje moet ik eerlijk bekennen. Ze heeft er zo geen zin in, maar ze weet ook dat het gewoon moet. Ze is superzenuwachtig en ik leef enorm met haar mee. Maar eerlijk gezegd is het meer dan meeleven. Ik noem het ‘plaatsvervangende nervositeit’.

Soms ook precies andersom

Nu is ze zelf dus ook heel zenuwachtig en zijn we het allebei, maar het komt ook wel eens voor dat ik dan zenuwachtiger ben dan die ander die dat belangrijke iets moet doen. Dat het dus echt plaatsvervangend is. Bij zoonlief gaat dat namelijk meestal zo. Hij zit in havo 4 en had laatst schoolexamens. In onze tijd gewoon bekend onder de naam schoolonderzoeken. Hij maakt zich daar helemaal niet zo druk om en vindt het eigenlijk gewoon zonde van zijn tijd. Dat leren gaat ook heel anders dan dat ik zelf voor ogen heb.

Schema van dertig minuten

Volgens zoonlief kun je je namelijk maar twintig minuten lang achter elkaar concentreren. Gelukkig doet hij er in zijn planning nog wel tien minuten bij en neemt hij ruim de tijd om een mooi schema te maken. Een schema van dertig minuten op en dertig minuten af. In die dertig minuten af verzint hij allerlei dingen om te doen zodat die dertig minuten natuurlijk niet anders kunnen dan uitlopen. Zo heeft hij mijn auto tussendoor gewassen. Nu is het best een minuscule auto, maar dertig minuten is zelfs te weinig voor mijn autootje.

Ongeluk op vrijdag de dertiende?

Daarna ging hij weer ‘vol’ leren beloofde hij mij stellig. Nou ja, noem het maar vol. Ik hoor hem niet stampen ofzo. Gaat dat tegenwoordig misschien anders? Toch meer digitaal waarschijnlijk. Of ben ik nu te goed van vertrouwen? Maar goed, de hele week had ík dus elke ochtend plaatsvervangende nervositeit voor zijn schoolexamens. En hij, hij heeft nergens last van. Hij heeft er alleen maar de pee over in dat hij de hele week niet op zijn Playstation mag. Die tijd op zijn Playstation heeft hij overigens het weekend erna weer vol – daar dan weer wel – ingehaald. Dat hoor je ook gewoon dat hij er vol op zit. We gaan het zien en houden onze vingers gekruist. Dochterlief heeft gelukkig, zelfs op vrijdag dertiende, haar belangrijke examen gehaald!

BLOG – Déjà vu naar mijn bevalling…

BLOG – Déjà vu naar mijn bevalling…

Ik houd erg van schoenen en daarbij uiteraard ook van laarzen. Volgens manlief heb ik er te veel, maar daar ben ik het natuurlijk absoluut niet mee eens. Wat mij betreft kun je nooit genoeg laarzen of schoenen hebben, want hoe meer je er hebt, hoe langer je met alle paren kunt doen. En dat is dan toch ook weer een prima reden om een nieuw paar te kopen. Mijn favoriete laarzen zijn mijn ‘Sendra’s’. Misschien ken je ze wel. De Spaanse Andrés Sendra begon zijn bedrijf in 1913 nadat hij geïnspireerd geraakt was door de rij- en cowboylaarzen die hij zag op zijn reis door de Verenigde Staten. Tegenwoordig zijn het niet alleen meer rij- of cowboylaarzen die zij maken. Ook allerlei andere modellen worden er geproduceerd.

Ware hel

Vaak hebben de laarzen hun eigen identiteit door de vele stiksels, maar zij hebben ook allemaal iets gemeen dat Sendra-bezitters wellicht héél bekend voorkomt. Het is namelijk een ware hel om Sendra-laarzen aan te krijgen! ‘Ach… dat hoort erbij,’ zeggen de verkoopsters dan, maar elke keer als ik ze aantrek krijg ik een déjà vu naar mijn bevallingen. En dan ook echt het hoogtepunt of beter gezegd dieptepunt van de bevallingen.

Muur- en muurvast

Ik doe bij voorbaat al een niet te dikke sok aan voordat ik mijn voet in de schacht van de laars steek. Op het moment dat mijn enkel in het smalle gedeelte aankomt en ik een beetje doorduw, zit mijn enkel muur- en muurvast. Ik krijg mijn enkel niet voor- of achteruit in de laars. Ik haal dan even een paar keer goed adem en ga dan voor een laatste puf. In mijn hoofd hoor ik mijn verloskundige Mia roepen: ‘Kom op, nog één pers en je bent er!’ En ik zucht mijn voet zo ver naar beneden dat mijn enkel losschiet.

Groot respect voor tweelingmoeders

Bij mijn bevallingen waren beide kinderen dan geboren. Ik heb dan ook enorm respect voor tweelingmoeders. Bij mijn leuke Sendra-laarzen, moet ik immers óók nog een keer dit hele persgebeuren ondergaan. Gelukkig is het net als bij bevallingen dat een tweede er net iets makkelijker doorgaat; mijn rechtervoet gaat altijd net iets soepeler…

BLOG – Help, mijn lichaam zit vast!

BLOG – Help, mijn lichaam zit vast!

Het gaat gebeuren in 2021: dan word ik vijftig! Ik vind het wel een dingetje hoor. Met dertig en veertig had ik echt geen probleem. Van veertig richting de vijfenveertig ging nog wel. Daarna richting acht- en negenenveertig kon ik het ook nog behappen, maar nu écht tegen die vijftig aanschuren vind ik moeilijk, héél moeilijk. Helaas kan ik het niet veranderen, met de beste wil niet. Mijn geboortejaar is en blijft immers 1971 – supermooi jaar natuurlijk dat daar gelaten – en dus gaat het gewoon gebeuren. 

Een grens overgaan

Voor mij betekent het wel een grens overgaan. De grens van mij nog altijd dat jonge meisje voelen en nu dan eindelijk naar dat ‘vrouw zijn’ gaan. Nu pas? Ik hoor het je denken. Maar dan wel een vrouw op flinke leeftijd voor mijn gevoel, want als je zegt ‘Ik word vijftig’ dan is dat toch een halve eeuw die je in de mond neemt. En dat klinkt dus echt wel als een soort half-antiek. En toch, in mijn hoofd voel ik mij niet half-antiek. In mijn hoofd voel ik mij dat ‘meisje’ van dertig op weg naar veertig. Die ondertussen moeder is geworden van twee kinderen die nu, moet ik eerlijkheidshalve wel toegeven, ook al op weg zijn naar volwassenheid. Althans zo noemt men dat als je richting het einde van je tienerjaren gaat. Of zij voor mijn gevoel door hun gedrag ook richting volwassenheid gaan, is een tweede. Mentaal gezien voel ik mij daarom helemaal geen bijna-vijftig. 

Funest voor mijn lichaam

Lichamelijk gezien is het een ander verhaal. Enigszins gelukkig is door de corona-lockdown mijn yoga op een laag pitje gezet. Of eigenlijk laat ik niet liegen; ik doe gewoon niet meer aan yoga. Mentaal gezien best wel prettig. Ik hoef mij nu namelijk niet meer in allerlei onmogelijke bochten en houdingen te wringen, maar het is voor mijn inmiddels stramme lichaam absoluut funest. Door één en heel soms twee keer per week aan yoga te doen, hield ik mijn lichaam een beetje soepel. Het sluiten van de yogaschool en het thuiswerken vanaf maart heeft mijn lichaam allesbehalve versoepeld. In tegendeel, mijn lichaam kwam behoorlijk vast te zitten.

Aftakeling versneld ingezet

Het werken aan mijn eettafel achter de laptop op een niet-ergonomische stoel, heeft volgens mij het aftakelen van mijn lichaam (wat wel een beetje bij vijftigers hoort) ook nog eens versneld ingezet. Dit betekende vervolgens dat ik eerst naar de osteopaat moest om een beetje ruimte te creëren in mijn enorme spiermassa’s en dat ik op mijn bijna-vijftigste ook nog eens Mensendieck-therapie ben gaan volgen. 

Het piept en het kraakt

Daar lig ik dan bij de Mensendieck-houdings-therapie wekelijks op een matje (toch een beetje dat yoga-gevoel) en mag ik allerlei oefeningen doen en daarbij naar mijzelf kijkend in een spiegelwand. Ik hoor mijn gewrichten dan letterlijk kraken en piepen. En dat moet dan ook nog eens in deze tijden met een mondkapje op. Dat maakt het er ook niet makkelijker op. Het lijkt zelfs een beetje of mijn longen ook opspelen alsof ik richting de tachtig ga, maar gelukkig weet ik wat dat betreft beter en ligt dát toch echt aan het mondkapje.

The amazing fifty’s

Maar hoe je het nu wendt of keert; ik ben echt op weg naar ‘the amazing fifty’s’. Ik vind het niets, maar ga er toch het beste van maken. Mocht je tips hebben, hoe ik deze ‘fantastic ride to the amazing fifty’s’ goed kan doorkomen, be my guest!

WEETJE – Coronanieuws

WEETJE – Coronanieuws
Weetje – Coronanieuws 

Wat een gesprekstof levert het rondwarende Coronavirus al een aantal weken op. In de gesprekken gaat het over handen wassen, niezen in je elleboog en mogen personen die in een risicoland zijn geweest wel komen werken? Of erger nog zelfs: mogen verkouden mensen uit Brabant wel naar hun werk? Update na update over het aantal gevallen in Nederland én zelfs over de hele wereld zien we voorbijkomen op alle tijdlijnen van de sociale media. Tot voor kort kenden de meeste mensen het woord Corona niet eens. Het mooie is dat er meer valt te weten over Corona buiten het virus om. Ik heb een aantal weetjes voor je op een rijtje gezet. Dus lees de volgende weetjes en zo kun je in het volgende ‘Coronagesprek’ met veel leukere informatie over Corona op de proppen komen.

1) EPIDEMIE EN PANDEMIE
Epidemie en pandemie zijn woorden die in de coronacrisis veel voorkomen, maar wat betekenen ze precies en waar komen ze vandaan?

Epidemie
Het woord epidemie is afkomtig uit het Grieks, namelijk epidémios en dat betekent ‘over de (gehele) bevolking’. Het is een verschijnsel dat meestal in ongunstige zin optreedt in een kleiner of groter gebied van mens of dier. Het begrip wordt in het bijzonder gebruikt wanneer een ziekte in een grotere frequentie dan normaal voorkomt. Zoals nu bij het coronavirus.

Pandemie
Een pandemie is een epidemie op wereldwijde schaal oftewel die zich over de continenten verspreidt. Het woord is eveneens afkomstig uit het Grieks: pandemia (παν (pan) betekent geheel, δῆμος (dêmos) betekent mensen/volk).

Bron: wikipedia

2) QUARANTAINE
Wat mij intrigeert in deze Coronacrisis is het woord ‘quarantaine’; dat ook wel isolatie wordt genoemd. Dit woord zie ik nu regelmatig voorbij komen. Het is een mooi woord, maar waar komt het vandaan, waarom heet dat zo?

De maatregel quarantaine is in de 17e eeuw ‘uitgevonden’ in Italië. Schepen werden toen na een verre reis 40 dagen geïsoleerd, om eventuele besmettingen te voorkomen. Een quarantaine duurde daarom oorspronkelijk 40 dagen. En het is dus afgeleid van het Italiaanse woord voor veertig: quaranta.

Bron: onzetaal.nl

3) CORONABIER
Voordat ik over het Coronavirus hoorde, kende ik het woord Corona alleen maar van het Mexicaanse biertje Corona met de gele etiketten. Maar hoe zou het in de Corona-hectiek-paniek met het Coronabier zijn?

Het blijkt dat de grootste brouwerij ter wereld AB InBev heeft laten weten dat er de laatste maanden minder Coronabier wordt verkocht. De uitbraak van het virus viel samen met het Chinese Nieuwjaar. De vraag naar Coronabier was in die tijd in China flink minder. En ook in de VS blijkt dat 38% van de bierdrinkers het Coronabier niet uit de schappen pakken. De brouwer houdt over de gehele linie rekening met een daling van het bedrijfsresultaat van ongeveer 10 procent in het eerste kwartaal.

Zo gaat dat dus; het Coronavirus heeft niets met het Mexicaanse Coronabier te maken en toch beïnvloeden zij elkaar. Ik vind dat we massaal in Nederland Coronabier moeten kopen.

4) HOTEL CORONA
Wat leuk om te weten is dat er in Den Haag een hotel is dat Corona heet. Boutique Hotel Corona is zelfs het oudste viersterrenhotel in Den Haag. Het hotel bevindt zich in het centrum op het Buitenhof en is gevestigd in drie 17e-eeuwse panden. Bij de hotelentree zie je dan ook nog drie verschillende gevels.

Van 1783 tot 1818 heette het hotel ‘De Beurs van Amsterdam’. Daarna deden de panden dienst als kantoor, winkel en een bank. Vanaf 1921 werd het weer een hotel en na de Tweede Wereldoorlog gaf de nieuwe directeur het hotel de naam Corona. Zo’n 100 jaar geleden kostte een overnachting slechts drie-en-een-halve gulden (circa 1,50 euro). En nu kost de goedkoopste kamer rond de 90 euro.

Bron: www.corona.nl

5) CORONA ALS ACCENTTEKEN
In mijn speurwerk naar meer Coronanieuws – anders dan over het virus – stuitte ik op een leuk taalweetje. En dat vind ik natuurlijk dubbel zo leuk om hier te laten weten. Het is namelijk zo dat een corona ook een diakritisch teken is. Oké, wat is dat nu weer?

Een diakritisch teken is is een schriftteken dat boven, onder of door een letter gezet wordt ter aanduiding van de uitspraak. Dat zegt je nog niets, maar denk aan de accenttekens die vaak voor Franse woorden worden gebruikt: accent aigu (é), accent grave (è) of het trema (ë). Of denk aan de bekende Duitse umlaut (ü).

Nu zijn er ook tekens die niet in het Nederlands worden gebruikt. Eentje daarvan noemen ze ‘corona’. Deze naam komt uit het Latijn en betekent kroon. Het is een teken in de vorm van een kleine cirkel op de a of de u: å of ů. De a met een corona zie je in de Scandinavische talen en de u met een corona komt alleen in het Technisch voor.

6) CORONASTRATEN
In Nederland bestaan verschillende Coronastraten of -wegen. Deze straten zijn vernoemd naar Corona als naam voor ‘de atmosfeer rondom de zon’. De straten liggen dan ook over het algemeen in een buurt waar de andere straten vernoemd zijn naar de zon, de sterren en de planeten.

In Nederland hebben we de volgende Coronastraatnamen:
– Coronastraat (Groningen)
– Coronaweg (Leeuwarden)
– Corona (Heerhugowaard)
– Coronastraat (Culemborg)
– Corona (Tuitjenhorn)
– Corona en Coronaplein (Spijkenisse)

Bron: @straatnamen (Twitter)

BLOG – Kleine kindjes worden snel groot

BLOG – Kleine kindjes worden snel groot

Gelukkig groei je mee met het ouder worden van je kinderen. Je wordt zeer geleidelijk meegenomen in dit ontwikkelproces. Toch kun je op sommige momenten verrast worden. Althans ik wél! Alsof je niet goed gekeken hebt. Ineens is er toch iets aan de hand waarvan je denkt: woho… dit had ik even niet zien aankomen.

Zo is mijn jongste kind inmiddels veertien jaar. Hij zit in de derde klas en is behoorlijk zelfstandig. Soms kookt hij voor ons en dat betekent óók de boodschappen doen. En dat doet hij! Hij kookt natuurlijk iets dat hij zelf lekker vindt, maar hij doet het toch maar wel. Oké, dat is iets waar we in meegegroeid zijn. Van brood halen en zelf chocolademelk bestellen (‘Je veux un chocola chaud’) op de Franse camping, naar mee boodschappen doen en uiteindelijk in zijn eentje die boodschappen halen én betalen. Eerst met cash geld, maar inmiddels doet hij dat met zijn eigen pinpas.

Af en toe sloeg op een gegeven moment zoonlief zijn stem over en moesten we er samen met hem erg om lachen. Op dat moment had ik niet zo erg in de gaten dat zijn pubertijd eigenlijk al op volle kracht was. Het was immers mijn kleine jongetje dat zo van dansen houdt en altijd de kleinste van de klas is. Op een dag komt hij naar ons toe en zegt tegen zijn vader: ‘Pap, kun je me helpen met het scheren van mijn snor?’ Ehhhhhhhhh… dat was zo’n moment dat ik dus enorm verrast werd in zijn puberontwikkelproces. Naar adem happend, dacht ik alleen maar: Scheren? Snor? Oh my god. En dan? Hoe vaak? Kunnen we dit nog terugdraaien?

Gelukkig bleef manlief heel relaxed en heeft hij dit met zoonlief geregeld. En nu is het zo dat die kleine jongen, die toch ook al weer groot wordt, het heerlijk vindt hij als hij zich geschoren heeft. ‘Een lekker babyhuidje heb ik dan joh.’ Hij steekt er soms jongens die ouder zijn en er weken voor moeten sparen af en toe – goed bedoeld wel – hun ogen zelfs mee uit.

Dan denk je vervolgens dat je wel weer een beetje op ree bent in het puberontwikkelproces. Dat je bij bent en alles in de gaten hebt. Totdat hij plotseling zegt: ‘Mam, ik wil een tweepersoonsbed, mag dat?’ Ehhhhhhhhh… dat is verdorie wéér zo’n moment dat ik enorm verrast word in zijn ontwikkelproces.

Toen onze dochter, die ouder is, ons dezelfde vraag stelde, lag ze er dezelfde avond nog mét haar vriendje in. Dus wederom naar adem happend, dacht ik alleen maar: Tweepersoonsbed? Waarom? Met wie? Oh my god. Is er nu al iemand met wie hij in dit bed wil liggen? Dat trek ik niet, het is te vroeg… Gelukkig is dat het niet en wil hij gewoon alleen maar heerlijk breeduit liggen, want lekker slapen dat kunnen die pubers supergoed. Natuurlijk wel pas vanaf héél laat en tot ver in de morgen.

Toch ben ik nu alert, doe ik de deur op slot en verstop ik elke nacht de sleutel, want je snor scheren à la, maar iemand in je bed erbij. Daar ben ik echt nog even niet aan toe…

TAALTIP – Waar komt ‘zo gek als een deur’ vandaan?

TAALTIP – Waar komt ‘zo gek als een deur’ vandaan?
Taaltip – Waar komt ‘zo gek als een deur’ vandaan?

Soms, heel soms, verklaar je iemand voor gek of zelfs voor knettergek. En dan zeg je tegen die persoon: ‘Jij bent echt zo gek als een deur!’ Toch wel een beetje vreemd, je zegt dat iemand knettergek is en dan heb je het over een deur. Waarom is dat zo, vraag je je af.

Het Genootschap Onze Taal biedt hierin uitkomst. Het woord deur in deze uitdrukking is een oud woord voor ‘nar’ of ‘zot’.  In het Duits noemen ze een dwaas zelfs  ‘der Tor’. Dat lijkt als je uitspreekt best op deur. Het heeft dus niet zo veel te maken met een deur die open en dicht kan. De deur die open en dicht kan, is verwant met het Gotische ‘dauro’.

In het Middelnederlands had ‘deur’ twee betekenissen: deur en dwaas. In de huidige tijd kennen we het woord deur alleen maar als deur en niet meer als dwaas, maar de uitdrukking bestaat dus nog steeds.  Alleen kennen we de betekenis er niet meer van. Nu weet je echter waarom je het zegt als je iemand voor ‘zo gek als een deur’ verklaart!

STEDENTRIPTIP – Athene

STEDENTRIPTIP – Athene
Stedentriptip – Athene

Athene, een stad met niet alleen heel veel historie, maar inmiddels ook een immense stad met maar liefst vijf miljoen inwoners. Dat is veel als je weet dat Griekenland in totaal slechts een kleine elf miljoen inwoners heeft. Athene is absoluut een stedentrip waard. Wat indruk op mij maakte, is dat er in deze immense stad toch veel groen vinden is. Er zijn niet alleen veel parken en bomen, maar ook op balkonnetjes en dakterrassen zie je veel goed verzorgde planten en boompjes staan. En dat terwijl het er ook meer dan veertig graden kan zijn in de zomer.

In de binnenstad, en dan met name in de wijken Plaka en Monastriraki, adem je de oude historie van 2500 jaar geleden in. Op verschillende plekken in de stad vind je meer dan twee eeuwen-oude bouwwerken. Deze ‘bouwplaatsen’ kun je allemaal bezoeken. Voor zeven historisch archeologische bouwplaatsen koop je een ticket dat dertig euro kost. Dit ticket is wel prijzig, maar is vijf dagen geldig. Wil je slechts één plaats bekijken dan betaal je twintig euro; dus voor tien euro meer kun je meer plekken bekijken. Dat hebben de Grieken goed bedacht. In de winter kost één plaats bezoeken slechts tien euro en zeven plekken twintig euro. Het mooie daarbij is wel dat het voor kinderen tot en met achttien jaar en studenten in zomer en winter gratis is. De Grieken vinden het namelijk belangrijk dat zij dit cultureel erfgoed meekrijgen.

De meest bezochte en het meest indrukwekkende bouwwerk is wel het Partenon dat hoog boven de stad uittorent op de 156 meter hoge tafelberg Acropolis. Als je in Athene bent, moet je die wel bezocht hebben. Dat zie je, dat voel je en mág je dus niet missen. ‘s Avonds is deze Acroplisberg ook nog eens heel mooi belicht. Het Partenon is een enorme tempel gebouwd voor Athena Partenos (de maagd) die de beschermgodin van de stad is. Dit bouwwerk bestaat uit zesenveertig zuilen van inmiddels door de duizenden jaren heen vergeeld marmer. Het is een hele klim de berg op, zeker als het heel warm is, maar absoluut waard om zo dichtbij te komen. Daarnaast heb je een heel mooi uitzicht over de stad. Het is wel handig om van te voren flesjes water te kopen bij een kiosk buiten het terrein. Koop je water op het terrein dan ben je een stuk duurder uit.

Ook de andere plekken die je met je ticket kunt bezoeken, zijn de moeite waard. Zo heb je bijvoorbeeld de tempel van Zeus waar nog maar vijftien van de in totaal honderdvier zuilen van zeventien meter hoog overeind staan. Of de tempel van de zoon van Zeus genaamd Hephaistos, die nog overdekt is. Een andere ‘must-do’ is het beklimmen van de driehonderd meter hoge Lykavittosberg. Het is het hoogste punt van de stad; nog hoger dan de Acropolis. Je kunt er met de Teleferik, een kabeltreintje komen, maar dat is eigenlijk zonde. De trein zit in een schacht en je ziet dus pas iets als je boven bent. Bovendien betaal je voor een paar minuten voor een retourtje veel geld. Mooier is het als je de berg oploopt. Weliswaar wederom een flinke klim, maar boven gekomen krijg je als cadeautje een geweldig uitzicht over de stad.

Voordat je al deze bezienswaardigheden gaat bekijken, is het erg handig en bovenal leuk om een fietstour door de stad te doen. Bij Let’s meet in Athens, dat is opgezet door de Nederlandse Monique, kun je een drie uur durende fietstour doen met een Nederlandse gids. Deze gids laat je de highlights van Athene zien. Daarnaast leer je de stad alvast kennen. Tijdens de tour fiets je bijvoorbeeld door de Nationale tuin (het is eigenlijk een groot park) in 1939 aangelegd door koningin Amalia en haar Duitse tuinman. Deze koningin is de vrouw van de Duitse koning Otto die het land van 1832 tot 1862 regeerde. Amalia wilde eigenlijk niet mee naar Griekenland en stelde als eis dat ze haar eigen dierentuin kreeg. Dat gebeurde. Ze creëerden een tuin vol met apen en leeuwen en allerlei soorten planten en bomen. De apen en leeuwen zijn er niet meer, maar je ziet er nog wel geiten, ganzen en schildpadden.

Ook het oude Olympische stadion wordt tijdens de fietstour aangedaan. Een stadion in u-vorm met allemaal banken van marmer. Het stadion is met de Olympische spelen in 2004 niet meer gebruikt voor wedstrijden, maar wel voor het uitreiken van de medailles. Zeker indrukwekkend als je er voor staat en bedenkt hoe het eruit ziet als het stadion helemaal vol zit. Tijdens de fietstour kun je ook de wisseling van de wachten van het parlementsgebouw gaan bekijken. Deze ‘évzones’ of wel leden van de presidentiële garde zijn gekleed in traditionele kleding en voeren in duo’s een soort trage dans op waarbij ze slaan met hun voeten en benen als een paard. Dit om het paard te vereren. Het wordt ieder uur gedaan. De jongens die dit doen vervullen op deze manier hun dienstplicht en het wordt in Griekenland als een hele eer gezien als je dit mag doen.

In Athene zitten natuurlijk ook tal van restaurantjes. Rondom de oude historische plekken word je echt overal aangesproken om iets te komen eten. Een tip van onze fietsgids is om niet in de bekende wijken Plaka en Monastriraki te gaan eten, maar in de aangrenzende wijk Psyri. Daar is het veel minder toeristisch, beduidend goedkoper en net zo gezellig. Athene, een stad die echt de moeite waard is om te bezoeken…

STEDENTRIPTIP – Lissabon

STEDENTRIPTIP – Lissabon
Stedentriptip – Lissabon

Wat is Lissabon een heerlijke stad voor een stedentrip. Een stad die gebouwd is op zeven heuvelen en over veel kleine kruipdoor- en sluipdoorstraatjes beschikt, maar daarnaast ook grote pleinen heeft. Opvallend vond ik vooral het gebruik van tegels in verschillende motieven en kleuren. Muren van gebouwen zijn ermee bekleed en geeft zo’n pand net even iets meer dan het pand ernaast zonder die tegels. Hoewel de egaal gestuukte muren voorzien van een felle of pastelkleur ook niet mogen ontbreken in het Portugese straatbeeld. Echter niet alleen op de muren worden tegels gebruikt ook op de straten liggen de stenen in mooie mozaïeken. Soms moet je wel even opletten omdat door de vele bezoekers van de stad door de jaren heen de stenen flink glad zijn geworden.

Een ontzettend leuke ervaring en must-do is het ritje met tramlijn 28. Deze nostalgische oude tram rijdt van de ene kant van de stad naar de andere door allerlei smalle en steile straatjes. Als je vervolgens uitstapt bij het bekende uitkijkpunt in de wijk Bairro do Castelo, kun je na van het geweldige uitzicht over de stad genoten te hebben, doorklimmen naar het nog hoger gelegen Castelo de São Jorge (Kasteel Sint-Joris). Dit kasteel ligt op de hoogste heuvel van Lissabon. Wil je het kasteel van binnen bekijken dan moet er een kaartje gekocht worden. Als je geen kaartje wil kopen voor het kasteel, zijn de straatjes eromheen ook prima om te vertoeven en van het uitzicht te genieten. Daarna kun je door de straatjes langs allerlei leuke kleine winkeltjes teruglopen naar beneden.

Als je niet meer wilt lopen, kun je bij de kathedraal Sé de Lisboa op een tuk-tuk stappen. Deze kleurige driewielige (elektrische) brommerwagentjes zijn er in verschillende afmetingen voor twee personen tot aan zes personen. Je kunt zo’n tuk-tuk als taxi gebruiken om je van de ene naar de andere plek te laten brengen of voor een bepaalde tijd huren. De chauffeur of chauffeuse rijdt je dan langs allerlei bezienswaardigheden. Tuk-tuks kunnen op plaatsen komen waar de tram of de taxi niet mag komen, dus dat is een voordeel. Bovendien is het gewoon ook heel leuk om in zo’n tuk-tuk rondgereden te worden. Zeker als het lekker warm weer is en je de wind op je gezicht voelt. Ook bij regen kan er in gereden worden, want de meeste tuk-tuks hebben een dakje erop zitten.

Dit waren slechts een paar bezienswaardigheden in Lissabon en er is nog veel meer te zien. Zo loop je vanuit het centrum heel gemakkelijk naar het water genaamd de Taag. En is er nog de smeedijzeren lift Elevador de Santa Justa die ontworpen is door Raul Mesnier de Ponsard, een leerling van Gustave Eiffel. De lift heeft de neogotische stijl van rond 1900 en verbindt de Santa Justa-straat, in het centrum van Lissabon, met het hoger gelegen Carmoplein.

Het is een heerlijke stad om in rond te lopen of even snel de metro te pakken, want ook dat is een prima netwerk. Voor zes en halve euro per dag per persoon kun je de hele dag het metro-, bus- en tramnetwerk gebruiken. Óók die leuke nostalgische tram 28!

 

SOCIAL-MEDIA-TIP – Nieuwsoverzicht Facebook

SOCIAL-MEDIA-TIP – Nieuwsoverzicht Facebook
Social-media-tip – Facebookberichten bovenaan in nieuwsoverzicht

Facebook is een mooie manier om op de hoogte te blijven van het wel en wee van vrienden en bekenden. Daarnaast kun je via Facebook ook allerlei berichten ontvangen van winkels die je leuk vindt of organisaties en bedrijven zoals bijvoorbeeld Koning Bolo. Nu hoop je dat als je die accounts gaat volgen dat je de berichten ook altijd te zien krijgt. Helaas is dat niet waar. Facebook maakt namelijk gebruik van een algoritme en dat zijn eigenlijk regels die de volgorde bepalen waarin Facebook jou de berichten laat zien op je tijdlijn.

Zelf invloed uitoefenen

Volgens Facebook beslissen gebruikers zelf wat zij zien in hun tijdlijn. Maar dat is dan wel gebaseerd op onder andere het liken en delen van berichten en ook het aantal reacties erop. Facebook geeft aan dit verder alleen te rangschikken. Hoe zij dat precies doen is niet duidelijk. Toch kun je zelf nóg meer invloed uitoefenen op de berichten de je graag wilt zien. Je kunt namelijk op een account aangeven dat je dat bericht altijd bovenin in je nieuwsoverzicht wilt hebben. Op die manier mis je niet zo snel meer berichten van je favoriete accounts.

Nieuwsoverzicht aanpassen

Om in te stellen op Facebook dat je van een bepaald account altijd een bericht bovenin je nieuwsoverzicht wil hebben, moet het volgende instellen:

  • ga op Facebook naar instellingen (op de computer rechtsboven naast het vraagteken/op de telefoon rechtsonder op de 3 horizontale streepjes klikken, kies daarna voor instellingen-scroll hiervoor naar beneden-)
  • kies vervolgens voor ‘Voorkeuren voor nieuwsoverzicht’
  • je ziet een scherm met bovenin een sterretje waar staat ‘Geef aan van wie je het eerste berichten wilt zien’, klik dat aan
  • je krijgt alle accounts (ook personen) die je volgt in je beeldscherm
  • tik of klik op het account van je keuze, er verschijnt een sterretje
  • als er een sterretje staat, betekent dat de berichten van dat account altijd bovenin je nieuwsoverzicht komen te staan.

Dus wil je de berichten van Tekstbureau Koning Bolo niet meer missen, zorg dan dat het Facebookaccount van Koning Bolo een sterretje krijgt!

BOEKENTIP – Mijn moeder/vader zei altijd

BOEKENTIP – Mijn moeder/vader zei altijd
BOEKENTIP – Mijn moeder/vader zei altijd

Het gaat in deze boekentip niet om één boek maar om twee boeken uit dezelfde serie geschreven door Jaap Toorenaar. De boekjes kwamen tot stand in samenwerking met het maandblad Onze Taal. Na de oproep ‘Wat zeiden uw ouders altijd’ in dat blad en heel veel media-aandacht stroomt de mailbox van Toorenaar vol. Hij brengt als eerste ‘Mijn moeder zei altijd’ uit. Twee jaar later wordt de opvolger ‘Mijn vader zei altijd’ uitgebracht. In beide boekjes staan uitspraken van vaders, moeders, opa’s en oma’s. Het is een waar feestje om de in categorieën verdeelde uitspraken door te lezen en ook soms zelfs te herkennen. En het mooie is dat er vaak uitleg bij gegeven wordt en dat is af en toe ook wel nodig.

Op bladzijde 73 van ‘Mijn moeder zei altijd’ staat een uitspraak die bij ons thuis ook regelmatig voorbij kwam, namelijk: “Achterom is het kermis.” In het boekje staat de uitleg dat men als kind niet via de voordeur naar binnen mocht, maar gewoon even moest omlopen en dus via de achterdeur. Ook bij ons was dat aan de orde. Grappig om te lezen dat er nog meer mensen zijn die de uitspraak gebruiken. En ik ga ‘m nu zelf ook inzetten als een van mijn kinderen weer eens geen zin heeft om achterom te lopen.

Een andere uitspraak die ik herken staat op bladzijde 80 van dat zelfde boekje. Mijn opa, en later ook mijn moeder, zei altijd als je er een mes in het spel was: “Kijk uit, snij niet in je rug.” In het boekje is de uitspraak ook van een opa die waarschuwt bij het gebruik van een mes. Stiekem verdenk ik mijn familie ervan dat ze onze familie-uitspraken hebben opgestuurd naar de schrijver, want hoe is het mogelijk dat deze uitspraken ook door andere mensen worden gedaan. Het zijn absoluut leuke boekjes om door te spitten om zo te kijken welke uitspraken je herkent en om de humor in de uitspraken te zien. Zo lees ik bijvoorbeeld in ‘Mijn vader zei altijd’ de uitspraak van iemand die naar bed gaat: “Ik ga waterpas.”

Mijn moeder/vader zei altijd
Afbeeldingen van boeken Mijn vader zei altijd of Mijn moeder zei altijd