BLOG – Duur proefritje

Er valt een envelop van het CJIB op de deurmat op mijn naam. Ik maak ‘m open en lees: ‘Er is met uw voertuig een strafbaar feit gepleegd. Neem contact met ons op.’ Woho, wat is dit? Wanneer? Hoe en met welk voertuig? Dat zijn gelijk de eerste vragen die door mijn hoofd schieten. Adem in, adem uit. Ik lees verder. Ik zie een datum en ik zie een voertuig. Okay, het gaat over mijn motor. Ik was mijn dochter al stilletjes aan het vervloeken omdat zij regelmatig mijn auto leent. Oeps, iets te snel met mijn gedachten. Sorry, mijn lieve kind. 

Strafbaar feit gepleegd

Er is dus een strafbaar feit gepleegd met mijn motor op een maandagochtend om half elf op het moment dat ik op kantoor aan het werk was. En waar ik om acht uur in mijn auto naar toe reed. Wacht eens even. Er begint iets te dagen. Op dat moment probeerde manlief mijn motor te verkopen aan een geïnteresseerde eventuele koper. Deze meneer wilde een proefritje maken. Prima, geen probleem zou je denken. Zijn vrouw en de auto bleven bij mijn man. Dus mocht hij zich uit de voeten maken met mijn mooie groene monster, dan hadden we in ieder geval zijn vrouw nog om uit te leveren. Al kon het natuurlijk ook zijn dat het hem daarom te doen was. 

Na het ritje wilde de man mijn motor toch niet kopen. Jammer, dan zoeken we toch naar een andere koper. Maar na een week kreeg ik post van het CJIB over dat bewuste ritje op die zonnige maandagochtend. Deze proefritmeneer, die een ritje maakte op andermans motor oftewel mijn motor, had het gepresteerd om binnen de bebouwde kom maar liefst 64 km, na aftrek ook nog, te hard te rijden. Dat is lekker zeg. Meneer wilde mijn motor natuurlijk even lekker opentrekken. Met alle gevolgen van dien. Maar wat te doen? Na een telefoongesprek met een alleraardigste dame van het CJIB bleek dat ze de persoonlijke gegevens van de bestuurder van het bewuste moment nodig hadden. Dat betekende dat wij of hijzelf die gegevens door moesten geven. 

Zelf contact opnemen

Dat was even een schrikmomentje, want al die gegevens hadden we niet. Je gaat toch uit van het goede van de mens. Inmiddels niet meer natuurlijk. Maar normaliter ga je ervanuit dat iemand niet zo hard rijdt binnen de bebouwde kom. Zeker niet op andermans motor. Lijkt mij meer iets voor de snelweg. Dan is 114 of 120 km goed te overzien en weet je ook hoe de motor rijdt. Afijn, we moesten de gegevens achterhalen. We zagen de bui al hangen en je vraagt je gelijk af: ‘Wat gaan we er dan aan doen?’ Gelukkig viel het allemaal mee. Na wat gevloek aan de kant van de proefritmeneer gaf hij aan dat hij zelf contact op zou nemen met het CJIB. 

Dan is het natuurlijk wel afwachten of hij dat daadwerkelijk doet. Gelukkig nam de proefritmeneer zijn verantwoordelijkheid en kreeg ik een paar dagen later post van het CJIB met de boodschap: ‘Verzoek om contact afgerond. U hoeft niks meer te doen. U wordt niet meer verdacht van een strafbaar feit.’ Dat was goed nieuws. Ik was crimineel af.

Te goed van vertrouwen?

Voor ons was dit wel een hele wijze en harde les om toch op dit soort momenten iets minder goed van vertrouwen te zijn. En wellicht voor mijn lezers om hier ook iets van mee te nemen. Mijn motor is gelukkig daarna verkocht aan een hele blij motorvrouw die er vast net zo veel plezier van gaat krijgen als dat ik had. En mocht je het je afvragen: natuurlijk blijf ik motorrijden. Ik heb een nieuwe motor, waar ik ook wel heel blij mee ben. Daarop kan ik door een prettigere houding nog meer kilometers maken. 

Lees ook een andere blog over motorrijden: Wat zijn we toch kwetsbaar!

BLOG – Wat zijn we toch kwetsbaar

De afgelopen weken laten ons maar al te duidelijk zien dat we als mens enorm kwetsbaar zijn. Ik heb het idee dat we dat wel eens vergeten. Althans ik wel. Ik realiseerde mij dat een paar dagen geleden des te beter. Op de terugweg van een paar heerlijke dagen motorrijden wachtte ik naast mijn man voor een open brug. Nietsvermoedend van wat komen ging.

Ik stond linksachter de auto voor ons opgesteld en mijn man rechts. Gezamenlijk wachtend totdat de brug dicht ging en we weer konden starten en doorrijden. Dan zie ik ineens een grijze auto heel dicht naast mij rijden en dan bedoel ik echt heel dicht naast mij. Het volgende moment realiseer ik mij dat de auto, die dus héél dicht naast mij rijdt, over mijn linkervoet heen rijdt. Mijn linkervoet die als ’t ware onder of een beetje naast mijn motor staat. Ik denk eigenlijk achteraf dat ik het eerder zag dan voelde. Of misschien wel tegelijkertijd. Maar ik was vooral verbijsterd. 

‘Ze rijdt over mijn voet heen’

Ik roep naar mijn man: ‘WTF, ze rijdt gewoon over mijn voet heen.’ De vrouw in de auto rijdt rustig door en heeft helemaal niet in de gaten wat zij deed. Mijn man zet snel zijn motor voor haar auto zodat ze niet verder kan. Ikzelf start ook en rijd mijn motor links naast haar zodat zij haar raampje kan openen. Ze opent haar deur op een kier en kijkt mij vooral heel verschrikt aan. ‘U reed over mijn voet heen mevrouw,’ bijt ik haar woedend toe.

De adrenaline schiet door mijn hele lijf heen en voel ook vooral ongeloof dat dit gebeurde. Ik stond erbij en keek erna. Echt vriendelijk reageer ik dus niet naar deze vrouw. ‘Ja, maar u stond dan ook midden op de weg,’ zegt deze dame. Zich totaal niet bewust van wat zij net heeft gedaan en wat de eventuele gevolgen kunnen zijn. Bij een auto had zij schade gereden door er zo dicht langs te rijden. Bij mij was het mijn voet waar ze overheen reed. 

Menselijke kwetsbaarheid

Ondertussen beweeg ik mijn voet en heb het idee dat dat wel gaat. Mijn man dirigeert deze dame als een ware motoragent naar de zijkant zodat we even kunnen praten. De vrouw blijft volhouden dat wij midden op de weg stonden en zegt met grote moeite sorry. Ze perst het eruit. Ik probeer haar nog mee te geven dat ze niet zo dicht langs motorrijders moet rijden, maar voel tegelijkertijd dat dit geen zin heeft. We stappen weer op.

Naar huis rijdend realiseer ik mij dat ik als motorrijder echt heel kwetsbaar ben. Ik weet dat natuurlijk wel, maar dit zo lullige akkefietje maakt het even heel duidelijk voor mij. Ik denk vervolgens aan de motorpolitieagent Arno die het aan de stok kreeg met een gevaarlijke vrachtwagenchauffeur en dit met zijn leven heeft moeten bekopen. En als ik vervolgens onze menselijke kwetsbaarheid breder trek, denk ik aan Peter R. de Vries. Gewoon op klaarlichte dag neergeschoten in het centrum van Amsterdam. 

Het water kwam en overwon

Of ik denk aan alle mensen in Limburg, de Eiffel en België. Het water kwam en overwon. En nam hun bezittingen of zelfs hun leven. Of neem de Olympische sporters die jaren trainen voor de Olympische Spelen en dan positief getest worden op corona en naar huis moeten. Geen spelen, niks, nada. Of de vriendin die de diagnose borstkanker krijgt en van een gezonde vrouw ineens een ‘zieke’ vrouw wordt. Van de ene op andere dag. Of de vriendin die haar moeder ziet lijden aan kanker. Haar moeder die zo kwetsbaar en zo fragiel is geworden door haar ziekte. Maar misschien is de kwetsbaarheid van de vriendin nog wel het grootst nu ze haar moeder zo ziet lijden en machteloos moet toekijken. 

Onbeschrijflijk kwetsbaar zijn we eigenlijk als mens. Wij vergeten dat nog wel eens in ons dagelijkse drukke en georganiseerde leven. Aan de ene kant is dat goed, anders hebben we geen leven. Maar soms is het toch ook belangrijk om stil te staan bij waar je nu staat, wat je hebt en wat je voelt. Je leven kan zomaar in een split second anders zijn.

P.S. Met mijn voet gaat het goed. Slechts een beurse plek aan overgehouden. Heel blij dat ik motorlaarzen aan had en ik heb gelijk gekoeld toen ik thuiskwam.

Lees ook een andere blog over motorrijden: Vallen en weer opstaan

BLOG – Vallen en weer opstaan

BLOG – Vallen en weer opstaan

Naast mijn passie voor het schrijven, heb ik nog een passie: motorrijden. Daar kan ik net als het schrijven enorm van genieten. Samen met mijn man maak ik heel wat kilometers in onze weekenden en op vrije dagen. Op mijn matte mosgroene Kawasaki Z650 rijd ik bijna het hele land door. Als ik vertel over het motorrijden, vragen mensen mij: ‘Vind je het niet gevaarlijk? Ben je niet bang om te vallen?’ Nou eerlijk gezegd hoort dat erbij helaas. Maar leuk is anders. Ik ben dus gevallen, meerdere keren zelfs, en heb daar wel mijn lessen uit geleerd.

Mijn eerste val

Ik weet mijn eerste val nog goed. Dat is deze maand inmiddels drieëntwintig jaar geleden. Het ongeluk was gelukkig niet heel dramatisch, maar het heeft uiteindelijk wel veel impact gehad. In een drukke regenachtige ochtendspits bij een afrit rond Utrecht, trapt een auto voor mij heel plotseling op zijn rem. Mijn reactie is uiteraard om mijn rem in te knijpen en te trappen om maar niet op de auto voor mij te knallen. Maar doordat het wegdek nat is, glij ik onderuit met mijn motor. Gelukkig rijden we op dat moment niet hard en houd ik er ‘slechts’ een gebroken pols aan over. Maar mocht ik wel een ritje in een ambulance maken. Helaas zonder sirene en zwaailichten.

Waarschijnlijk een traumaatje

In de autoritten erna krijg ik echter bij elke file op moment dat de felrode remlichten ineens voor mij opdoemen een enorme schrikreactie. Ook als ik niet zelf aan het stuur zit. Die reactie op die remlichten is in de eerste twintig jaar na het ongeluk in hevigheid nauwelijks afgenomen. En hierdoor vermeed ik het liefst om in een file terecht te komen. Ik ging mijn angst gewoon uit de weg. Psychologen hebben het hier waarschijnlijk over een trauma. 

Klotsende oksels

Dan komt er een mooie opdracht voor Koning Bolo op mijn pad. De opdracht is in de buurt van Breda en dat betekent dat ik daar in de spits met de auto heen moet. Dus zeer grote kans op om in files terecht te komen. Omdat dit een té mooie uitdaging was, nam ik de opdracht aan om voor maar liefst drie maanden drie dagen richting het Brabantse land te toeren. De eerste dag was ik natuurlijk bloednerveus. Ik had deo meegenomen zodat ik de klotsende oksels die ik in de auto zou krijgen daarna een beetje kon verdoezelen. 

Over mijn grenzen gegaan

Maar die deo heb ik helemaal niet nodig gehad. Ik heb de rit heel goed doorstaan. Ik heb genoeg afstand gehouden zodat er ruimte was om te reageren op de remlichten. Dan is de weg terug vast een hel, bedacht ik me voordat ik weer naar huis reed. Bij Den Haag is er immers een flinke trechter omdat er verschillende banen bij elkaar komen en ook banen wegvallen. Maar ook dat heb ik goed doorstaan. Ik heb dus letterlijk en figuurlijk over mijn grenzen gegaan. Niet alleen over de grenzen van de provincie, maar ook over mijn eigen grenzen voor wat betreft het rijden in files. En sindsdien zijn files echt een eitje voor me. Helemaal met de motor natuurlijk. 

Een flinke uitglijder

Mijn tweede val is nu anderhalf jaar geleden. Ik reed een rotonde op en voelde toen ik de tweede bocht instuurde mijn motor wegglijden en ik gleed zo samen met mijn motor over het wegdek. Ook hier reed ik niet hard gelukkig. Uiteindelijk zijn er op diezelfde rotonde nog drie motorrijders onderuit gegaan. Later bleek dat er paraffinekorrels op de weg lagen en in combinatie met een nat wegdek, zorgde dat voor onze uitglijders. Gelukkig kon mijn motor nog rijden en ben ik gelijk weer op mijn motor gestapt. Dat was best spannend, maar wel fijn om te weten dat ik het gewoon nog kon en belangrijker nog: ook durfde. De specifieke rotonde heb ik de eerste maanden vermeden, maar inmiddels rij ik daar ook weer overheen. Wel altijd met mijn billen bij elkaar geknepen. 

Angsten niet uit de weg gaan

Je ziet hoe makkelijk het is om je angsten uit de weg te gaan. Dat ik bijvoorbeeld geen ritten aanging in spitstijd omdat ik bang was voor files. Of als ik besloten had nooit meer over rotondes te rijden. Of sterker nog om helemaal niet meer te gaan motorrijden. Ik ben blij dat ik die opdracht heb aangenomen en direct weer op mijn motor ben gestapt. Daardoor kan ik nu gewoon weer heerlijk genieten van het motorrijden en is een rit in spitstijd in de auto een makkie voor me.