Blog – Beslissen over de dood van een dier

Hond Pip

Onze hond Pip had laatst gezondheidsproblemen. Hij was ’s nachts heel onrustig. Liep maar heen en weer. Zodra hij lag, stond hij weer op, ging naast mijn bed zitten en tikte mij met zijn pootje aan. Wat voel je je dan machteloos. Je weet niet wat er aan de hand is en je kunt het ook niet vragen. Althans je kunt het wel vragen, maar je krijgt geen antwoord. Het voelde als die tijd dat de kinderen klein waren en je ’s nachts meerdere malen uit je bed moest. Doordat ze zo klein waren, konden ze nog niet praten en probeerde je dus ook maar wat om het te verzachten. Zo ook bij onze lieve Pip.

Pilletje hier, pilletje daar

De volgende dag kon ik gelukkig gelijk bij de dierenarts terecht. Hij werd onderzocht. Ze nam een echo van zijn buik en er werd bloed afgenomen. Maar er kwam niet echt iets concreets uit. Wel een pilletje hier en een pilletje daar. En ook nog een maagbeschermer erbij. Tot slot nog andere voeding. Uiteindelijk trok het weer weg in de tijd die volgde. Maar dit zet je wel aan het denken. Wat als? Maar eerlijk gezegd wil je daar helemaal niet aan denken. 

Je wil gewoon dat je huisdier heel lang bij je blijft en zeker niet ziek wordt. Ik moest gelijk weer aan onze konijnen denken die we aanschaften toen onze kinderen nog klein waren. De kinderen vroegen namelijk regelmatig: ‘Mam, mogen we een konijn? Ah… mama toe nou.’ En wát doe je dan? Na dat zo vaak gehoord te hebben en het ook nog opvoedkundig een goed plan te vinden, ga je dus toch op pad om konijnen te kopen. Konijnen in meervoud, want eentje is zo zielig. 

Een schuinhangend kopje

En dan gaat op een dag één van de twee konijnen een beetje vreemd doen: hij tolt als het ware om zijn as. Manlief gaat ermee naar de dierenarts. Deze geeft aan dat er niet zo veel meer aan te doen is en manlief laat het beestje uit zijn lijden verlossen. Gelukkig hadden we nog een konijntje over. Al was het ook best zielig voor het konijn zo alleen. Maar het konijntje ziet af en toe een groot dier voor zijn hek staan springen. Onze hond Pip vond dat natuurlijk reuze interessant zo’n konijn. 

Maar op een dag gaat het koppie van het overgebleven konijntje schuin hangen. Eén kant op en daardoor kan hij ook maar één kant oplopen. Hup… toch maar weer even naar de dierenarts. Die geeft aan dat het óf een hersenbloeding óf een oorontsteking óf een parasiet kan zijn. Er is maar een kleine kans dat het beestje dit gaat overleven. Dus… Dus wat? Moet ik het beestje dan maar gelijk in laten slapen? Zonder iets gedaan te hebben? Nee, dát kan ik absoluut niet. 

Vreselijke beslissing

Dus kregen we voor alle drie de mogelijke oorzaken medicijnen. Na een paar weken gaat het een stuk beter met het konijn. Maar dan hangt ineens zijn koppie de andere kant op en ligt hij alleen nog maar op zijn zij. Hij kan niet meer bij zijn etensbak. Arm beestje. Hup, wij weer in de auto naar de dierenarts. Wederom krijgen we de boodschap: ‘Er is een hele kleine kans dat het beestje hier bovenop gaat komen.’ 

Wat doe je dan? Wat is dat een moeilijk besluit. Het beestje ademt gewoon, ligt hulpeloos op zijn zij en wij moeten beslissen over zijn leven. Met tranen die over mijn wangen biggelen, nemen we het besluit om ‘m in te laten slapen. Wat een vreselijke beslissing is dat. Een beslissing over leven en dood. We zijn erbij als hij het spuitje krijgt, als hij vecht voor zijn leven en als hij dan uiteindelijk het leven loslaat. Wat vond ik dit moeilijk. 

Zo lang mogelijk genieten

Op dat moment neem ik de beslissing: wij nemen géén huisdier meer. Ik wil dit niet nog een keer meemaken. Ik vind het echt vreselijk zo’n beslissing. Thuis springt een vrolijke Pip tegen ons op. Pip vindt het raar, zoekt het konijn, maar vindt ‘m natuurlijk niet. We hebben gelukkig toch nog een huisdier, maar ik hoop van harte dat we nog héél lang van onze lieve Pip kunnen genieten. En als Pip dan zo onrustig is als laatst, hoop ik dat des te meer. 

Nu een blog lezen waar mijn zoon in voorkomt? Zie: Geen haar, maar lijm op mijn tanden!

Blog – Een scooter op elke hoek!

Laatst heb ik voor het eerst gereden op zo’n elektrische scooter die je in grote steden gewoon her en der kunt pakken. Niet echt zomaar natuurlijk. Je moet wel eerst een account hebben aangemaakt. Als je dan de app op je telefoon hebt gedownload, kun je via diezelfde app elke e-scooter die bij jou in de buurt geparkeerd staat gemakkelijk vinden. Je reserveert ‘m vervolgens via de app, krijgt er een looproute naar toe en dan kun je ook weer via de app de scooter ontgrendelen en wegrijden. Ik deed dat dus op dat bewuste moment ook allemaal. Alleen ik kreeg dat #@$%^&*%$-apparaat niet aan de praat. Heb ik weer!

Ik voelde me echt een looser

Voor een fotoshoot waar ik bij was, moest ik de scooter ophalen zodat dat groene monster als rekwisiet kon dienen. Ik deed alles wat ik moest doen. Via de gps liep ik naar de straat toe waar de scooter stond. Daar aangekomen zag ik de groene machine al staan shinen op de hoek van de straat. Ik ontgrendelde het het apparaat via mijn telefoon. Dat lukte, althans zo leek het. Ik hoorde een geluidje op mijn telefoon. Maar alles wat ik ook daarna deed, er was geen beweging in de scooter te krijgen.

Ik zat op de scooter en keek om me heen, maar voelde me een flinke loser. Ik dacht: alle jeugdigen (inclusief mijn dochter) doen dit te pas en te onpas, waarom lukt dit mij nou niet? Ik, met mijn vijftig jaar levenservaring en motorrijder in hart en nieren, krijgt een e-scooter niet aan de praat. Erger kan het bijna niet worden.

Kijk eens naar links

Met al die gedachten in mijn hoofd, keek ik al zittend op de scooter nog iets beter om mij heen. Ik keek naar links de straat in en ik zag op de andere hoek van die bewuste straat nog iets groens staan. En ja hoor: daar stond dus nog zo’n leuke e-scooter. Dat was natuurlijk het probleem.

Ik liep erheen en deed vervolgens wat ik ook al eerder deed. Net als bij die andere scooter gebeurde er wéér niks. Toch was het door mij gereserveerde apparaat ontgrendeld. Dat hoorde ik en zag ik op mijn telefoon. Ik snapte er werkelijk waar niets van.

Driemaal scheepsrecht

Weer keek ik om mij een en richtte mij blik op de eerste scooter. Achter die scooter, op weer een andere hoek, stond nóg een scooter. Driemaal scheepsrecht zou je denken. Daar aangekomen, kreeg ik dan eindelijk mijn elektrische vervoermiddel aan de praat. Ik moest wel lachen dat ik dus bij de derde scooter pas de juiste had gevonden. Gelukkig was er niemand op straat die mij zag stuntelen. Althans dat hoop ik maar van harte. Ik startte de scooter en reed bijna geruisloos weg alsof er niks gebeurd was. 

Nu een blog lezen over het echte motorrijden: Duur proefritje

Blog – Dansen tot je erbij neervalt

Ik ben laatst naar ADE geweest. ADE? Ik zie je denken. ADE staat voor Amsterdam Dance Event, het grootste clubfestival ter wereld in ons eigen Amsterdam. Vijf dagen lang staat de stad in het teken van ‘dance’. Iedere dag worden er tientallen feesten en festivals georganiseerd door de hele stad waar de dj’s vooral house of techno draaien. Er komen die dagen zo’n 350.000 mensen op af om heerlijk te dansen. En ik was daar dus één van!

Vette lichtshows

Manlief en ik gingen met vrienden mee en lieten ons op zaterdag in de Amsterdamse haven onderdompelen in het muziekgeweld en het festivalgewoel van Dockyard en Mystic Garden. Dochterlief was ons op woensdag op een ander feestje voorgegaan en had ons voorzien van verschillende filmpjes met hele vette lichtshows en uiteraard opzwepende muziek. We hadden er dus helemaal zin in. Natuurlijk hadden we ons festivaloutfit aangedaan zodat we niet te veel uit de toon zouden vallen.

Om lekker tijdens het dansen een biertje te drinken, gingen we met het openbaar vervoer naar ‘the place to be’. Een hele tour. Met de fiets naar het station, daarna de trein naar Amsterdam en vervolgens in een speciale bus naar het festivalterrein. Allemaal prima geregeld hoor. Door corona begon het feestje al in de ochtend en kon het maar tot middernacht uur duren. En zodoende kwamen wij in de middag op het festivalterrein aan. 

Superrelaxed

En we keken onze ogen uit. Wat een heerlijke drukte. Dat laatste waren we door corona eigenlijk niet meer gewend. En wat een goede sfeer. Het was allemaal superrelaxed. Je zag echt allerlei soorten mensen en van jong tot oud. Wij vielen door onze leeftijd niet eens zo erg op. Er waren veel meer festivalgangers van onze leeftijd. We zagen outfits van superfestivalachtig tot heel gewoon. Alles kan daar en er is ook niemand die je aanstaart. 

Om half drie in de middag dronken we ons eerste biertje en dansten we bij de eerste dj die we tegenkwamen. Dat voelde goed. Dat hebben we nog de rest van de middag en avond bij verschillende dj’s gedaan. En tussendoor hebben we heerlijk in het zonnetje gesnackt bij de foodtrucks. Toen de schemering begon in te zetten, gingen de lampjes aan en veranderde het festivalterrein in een sprookjeswereld. Wat een heerlijke relaxte sfeer voelde je om je heen.

Helemaal kapot

We dansten tot we erbij neervielen. En dat vielen we echt op een gegeven moment. We waren he-le-ma-al kapot en dan was nog niet eens het einde van de avond. En te bedenken dat we hele tour naar huis nog moesten gaan maken. We dronken ons laatste biertje en sloten af met een kop koffie. Om ons heen werd uiteraard flink doorgefeest. Voor ons was het wel even goed zo. 

Thuis aangekomen deden we onze voetjes omhoog. Moe, maar zeer voldaan keken we terug op onze eerste ADE-ervaring. Toen dochterlief in onze familie-app vroeg hoe we het hadden in Amsterdam en of we nog leefden, appte zoonlief terug dat we al thuis waren. Daar begreep onze twintiger natuurlijk helemaal niks van. Wij gelukkig wel. Volgend jaar gaan we zeker weer. We hebben absoluut de smaak te pakken, maar misschien moeten we van tevoren wel eerst even flink in training.

Lees ook een andere blog over wat er mijn leven gebeurt: Het is gebeurd, ik ben 50!

Blog – Herinneringen die zorgen voor geluksgevoel

Zo’n zes jaar geleden was mijn tienjarige zoon helemaal in de ban van de filmpjes van Enzo Knol. Ook wel bekend als Knolpower. Een jongen met een zeer monotone en vooral ook schreeuwerige stem vertelde elke dag in zijn vlog wat hij met zijn broer en vrienden aan het doen was in het spel Minecraft. Voor mij was het ongelooflijk dat kinderen dát leuk vinden en dat die jongens daar hun brood mee kunnen verdienen. En zij verdienden er goed geld mee, want ik zag veel kinderen met een Knolpowercap of -shirt. Ook mijn zoon had een trui en een cap, die hij met veel plezier droeg. Hij was er echt helemaal gelukkig mee. Daar ben ik blij om, want ik vind het belangrijk dat hij mooie herinneringen opbouwt. Herinneringen waar je later met een gevoel van geluk op terugkijkt. Ikzelf heb goede jeugdherinneringen overgehouden aan de televisieserie ‘Koning Bolo’. Niet alleen aan de serie heb ik goede herinneringen, maar ook aan de hele entourage eromheen. 

Vorige eeuw

Deze serie werd op vrijdagvond net na ons avondeten uitgezonden. Mijn grote broer en ik mochten dan voor de televisie, al kijkend naar deze serie, ons toetje opeten. Dat was een unicum. Voor de televisie eten gebeurde zelden in die tijd. We hebben het immers over de vorige eeuw. Op vrijdag maakte mijn moeder altijd warme karnemelkse- of rijstepap. Dat werd vervolgens in kranten gewikkeld en in het bed van mijn ouders gezet. Zo bleef het lekker warm. Dit tafereel staat samen met Koning Bolo zowel in mijn geheugen als in die van mijn broer gegrift. Op verjaardagen hebben we het dan ook regelmatig over ‘Koning Bolo’. Het jammere is toch wel dat op een enkeling na niemand weet waar wij het dan over hebben. Ze verklaren ons zelfs regelmatig voor gek. En roepen dan dat het zeker op lokale tv-zender van Leiderdorp werd uitgezonden. 

Een échte herinnering

Toch is deze herinnering voor ons echt. Heel echt. Zeker omdat we deze herinnering samen hebben. De serie gaat over een koning die als hij gaat slapen zijn kroon verruilt voor een slaapmuts. Vervolgens maakt hij van zijn troon zijn bed. Hij schuift dan als ’t ware een bed uit zijn troon. Ook heeft hij een dochter die op een brommer rijdt en in de tuin bevindt zich een doolhof van heggen. Elk beroep in het koninkrijk Mini-Solo worden door slechts één persoon uitgeoefend. Als deze persoon ziek is, moet de koning volgens de wet zijn of haar plaats innemen. Koning Bolo maakt hierdoor de vreemdste situaties mee. Ik zie het allemaal nog zo voor me. 

Wij zijn niet gek

Omdat ik toch wel graag wilde laten zien dat mijn broer en ik niet helemaal van lotje getikt zijn, heb ik informatie over de tv-serie opgezocht. En wat blijkt: er zijn van de serie slechts twaalf afleveringen gemaakt en uitgezonden. Het grappige is dat er in mijn beleving denk ik wel honderden afleveringen waren. Helaas is er vrijwel niets bewaard gebleven omdat in vroeger dagen de televisiebanden na uitzending opnieuw werden gebruikt. En werd er dus over de vorige aflevering heen opgenomen. Toch heb ik bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid één aflevering op kunnen vragen. En heb ik dus bewijs in handen dat mijn broer en ik (op dat punt) niet voor gek verklaard hoeven te worden.  

Soort van geluksgevoel

Hoewel het maar zo weinig afleveringen heeft gehad, blijft Koning Bolo voor mij een mooie herinnering. Het roept een soort gevoel van geluk op. Dit geluksgevoel heeft er zelfs voor gezorgd dat ik zes jaar geleden mijn tekstbureau de naam Koning Bolo gaf. En tot op de dag van vandaag heb ik daar nog geen spijt van. Of de schreeuwerige en monotone stem van Enzo Knol dit gevoel van geluk ook bij mijn zoon heeft opgeroepen weet ik nog zo net niet, maar toch wens ik hem dit fijne gevoel van harte toe.

Lees ook een andere blog waar mijn zoon in voorkomt: Geen haar, maar lijm op mijn tanden

Blog – Duur proefritje

Er valt een envelop van het CJIB op de deurmat op mijn naam. Ik maak ‘m open en lees: ‘Er is met uw voertuig een strafbaar feit gepleegd. Neem contact met ons op.’ Woho, wat is dit? Wanneer? Hoe en met welk voertuig? Dat zijn gelijk de eerste vragen die door mijn hoofd schieten. Adem in, adem uit. Ik lees verder. Ik zie een datum en ik zie een voertuig. Okay, het gaat over mijn motor. Ik was mijn dochter al stilletjes aan het vervloeken omdat zij regelmatig mijn auto leent. Oeps, iets te snel met mijn gedachten. Sorry, mijn lieve kind. 

Strafbaar feit gepleegd

Er is dus een strafbaar feit gepleegd met mijn motor op een maandagochtend om half elf op het moment dat ik op kantoor aan het werk was. En waar ik om acht uur in mijn auto naar toe reed. Wacht eens even. Er begint iets te dagen. Op dat moment probeerde manlief mijn motor te verkopen aan een geïnteresseerde eventuele koper. Deze meneer wilde een proefritje maken. Prima, geen probleem zou je denken. Zijn vrouw en de auto bleven bij mijn man. Dus mocht hij zich uit de voeten maken met mijn mooie groene monster, dan hadden we in ieder geval zijn vrouw nog om uit te leveren. Al kon het natuurlijk ook zijn dat het hem daarom te doen was. 

Na het ritje wilde de man mijn motor toch niet kopen. Jammer, dan zoeken we toch naar een andere koper. Maar na een week kreeg ik post van het CJIB over dat bewuste ritje op die zonnige maandagochtend. Deze proefritmeneer, die een ritje maakte op andermans motor oftewel mijn motor, had het gepresteerd om binnen de bebouwde kom maar liefst 64 km, na aftrek ook nog, te hard te rijden. Dat is lekker zeg. Meneer wilde mijn motor natuurlijk even lekker opentrekken. Met alle gevolgen van dien. Maar wat te doen? Na een telefoongesprek met een alleraardigste dame van het CJIB bleek dat ze de persoonlijke gegevens van de bestuurder van het bewuste moment nodig hadden. Dat betekende dat wij of hijzelf die gegevens door moesten geven. 

Zelf contact opnemen

Dat was even een schrikmomentje, want al die gegevens hadden we niet. Je gaat toch uit van het goede van de mens. Inmiddels niet meer natuurlijk. Maar normaliter ga je ervanuit dat iemand niet zo hard rijdt binnen de bebouwde kom. Zeker niet op andermans motor. Lijkt mij meer iets voor de snelweg. Dan is 114 of 120 km goed te overzien en weet je ook hoe de motor rijdt. Afijn, we moesten de gegevens achterhalen. We zagen de bui al hangen en je vraagt je gelijk af: ‘Wat gaan we er dan aan doen?’ Gelukkig viel het allemaal mee. Na wat gevloek aan de kant van de proefritmeneer gaf hij aan dat hij zelf contact op zou nemen met het CJIB. 

Dan is het natuurlijk wel afwachten of hij dat daadwerkelijk doet. Gelukkig nam de proefritmeneer zijn verantwoordelijkheid en kreeg ik een paar dagen later post van het CJIB met de boodschap: ‘Verzoek om contact afgerond. U hoeft niks meer te doen. U wordt niet meer verdacht van een strafbaar feit.’ Dat was goed nieuws. Ik was crimineel af.

Te goed van vertrouwen?

Voor ons was dit wel een hele wijze en harde les om toch op dit soort momenten iets minder goed van vertrouwen te zijn. En wellicht voor mijn lezers om hier ook iets van mee te nemen. Mijn motor is gelukkig daarna verkocht aan een hele blij motorvrouw die er vast net zo veel plezier van gaat krijgen als dat ik had. En mocht je het je afvragen: natuurlijk blijf ik motorrijden. Ik heb een nieuwe motor, waar ik ook wel heel blij mee ben. Daarop kan ik door een prettigere houding nog meer kilometers maken. 

Lees ook een andere blog over motorrijden: Wat zijn we toch kwetsbaar!

BLOG – Wat zijn we toch kwetsbaar

De afgelopen weken laten ons maar al te duidelijk zien dat we als mens enorm kwetsbaar zijn. Ik heb het idee dat we dat wel eens vergeten. Althans ik wel. Ik realiseerde mij dat een paar dagen geleden des te beter. Op de terugweg van een paar heerlijke dagen motorrijden wachtte ik naast mijn man voor een open brug. Nietsvermoedend van wat komen ging.

Ik stond linksachter de auto voor ons opgesteld en mijn man rechts. Gezamenlijk wachtend totdat de brug dicht ging en we weer konden starten en doorrijden. Dan zie ik ineens een grijze auto heel dicht naast mij rijden en dan bedoel ik echt heel dicht naast mij. Het volgende moment realiseer ik mij dat de auto, die dus héél dicht naast mij rijdt, over mijn linkervoet heen rijdt. Mijn linkervoet die als ’t ware onder of een beetje naast mijn motor staat. Ik denk eigenlijk achteraf dat ik het eerder zag dan voelde. Of misschien wel tegelijkertijd. Maar ik was vooral verbijsterd. 

‘Ze rijdt over mijn voet heen’

Ik roep naar mijn man: ‘WTF, ze rijdt gewoon over mijn voet heen.’ De vrouw in de auto rijdt rustig door en heeft helemaal niet in de gaten wat zij deed. Mijn man zet snel zijn motor voor haar auto zodat ze niet verder kan. Ikzelf start ook en rijd mijn motor links naast haar zodat zij haar raampje kan openen. Ze opent haar deur op een kier en kijkt mij vooral heel verschrikt aan. ‘U reed over mijn voet heen mevrouw,’ bijt ik haar woedend toe.

De adrenaline schiet door mijn hele lijf heen en voel ook vooral ongeloof dat dit gebeurde. Ik stond erbij en keek erna. Echt vriendelijk reageer ik dus niet naar deze vrouw. ‘Ja, maar u stond dan ook midden op de weg,’ zegt deze dame. Zich totaal niet bewust van wat zij net heeft gedaan en wat de eventuele gevolgen kunnen zijn. Bij een auto had zij schade gereden door er zo dicht langs te rijden. Bij mij was het mijn voet waar ze overheen reed. 

Menselijke kwetsbaarheid

Ondertussen beweeg ik mijn voet en heb het idee dat dat wel gaat. Mijn man dirigeert deze dame als een ware motoragent naar de zijkant zodat we even kunnen praten. De vrouw blijft volhouden dat wij midden op de weg stonden en zegt met grote moeite sorry. Ze perst het eruit. Ik probeer haar nog mee te geven dat ze niet zo dicht langs motorrijders moet rijden, maar voel tegelijkertijd dat dit geen zin heeft. We stappen weer op.

Naar huis rijdend realiseer ik mij dat ik als motorrijder echt heel kwetsbaar ben. Ik weet dat natuurlijk wel, maar dit zo lullige akkefietje maakt het even heel duidelijk voor mij. Ik denk vervolgens aan de motorpolitieagent Arno die het aan de stok kreeg met een gevaarlijke vrachtwagenchauffeur en dit met zijn leven heeft moeten bekopen. En als ik vervolgens onze menselijke kwetsbaarheid breder trek, denk ik aan Peter R. de Vries. Gewoon op klaarlichte dag neergeschoten in het centrum van Amsterdam. 

Het water kwam en overwon

Of ik denk aan alle mensen in Limburg, de Eiffel en België. Het water kwam en overwon. En nam hun bezittingen of zelfs hun leven. Of neem de Olympische sporters die jaren trainen voor de Olympische Spelen en dan positief getest worden op corona en naar huis moeten. Geen spelen, niks, nada. Of de vriendin die de diagnose borstkanker krijgt en van een gezonde vrouw ineens een ‘zieke’ vrouw wordt. Van de ene op andere dag. Of de vriendin die haar moeder ziet lijden aan kanker. Haar moeder die zo kwetsbaar en zo fragiel is geworden door haar ziekte. Maar misschien is de kwetsbaarheid van de vriendin nog wel het grootst nu ze haar moeder zo ziet lijden en machteloos moet toekijken. 

Onbeschrijflijk kwetsbaar zijn we eigenlijk als mens. Wij vergeten dat nog wel eens in ons dagelijkse drukke en georganiseerde leven. Aan de ene kant is dat goed, anders hebben we geen leven. Maar soms is het toch ook belangrijk om stil te staan bij waar je nu staat, wat je hebt en wat je voelt. Je leven kan zomaar in een split second anders zijn.

P.S. Met mijn voet gaat het goed. Slechts een beurse plek aan overgehouden. Heel blij dat ik motorlaarzen aan had en ik heb gelijk gekoeld toen ik thuiskwam.

Lees ook een andere blog over motorrijden: Vallen en weer opstaan

BLOG – Het is gebeurd, ik ben 50!

Ja, het is gebeurd! De grote vijf zit in mijn leeftijd. Iets waar ik enorm tegenop zag. Sinds vorige maand moet ik nu dus zeggen dat ik vijftig ben als naar mijn leeftijd gevraagd wordt. Vijftig, vijftig, vijftig! Ik zeg en schrijf het nog maar een paar keer. Het is niet anders, maar ik voel mij gewoon écht geen vijftig. Het klinkt ontzettend oud. En zo voel ik mij absoluut niet. 

Bril op, bril af

Ja, eerlijk gezegd wel als ik aan het koken ben en de gebruiksaanwijzing achterop een pakje wil lezen. Dan zie ik dat dus niet of althans de lettertjes zijn zo klein dat ik er nog geen soep van kan maken. Ook al gaat het om een pakje soep. Of als ik ’s avonds in bed nog even wat wil lezen. De e-reader is geen probleem. Ik zet de lettergrootte gewoon maximaal. Maar bij een tastbaar boek lukt dat dus niet en ben ik veroordeeld naar mijn twee-euro-leesbril van de supermarkt. Wel hip groen. Althans dat vind ik zelf. Mijn dochter van twintig (ja, zij wel) vindt ‘m vreselijk. 

Het ergste is nog met dat thuiswerken en dus online vergaderen als iemand een document deelt. Op mijn laptop zien de lettertjes van dat document er dan echt heel slecht leesbaar uit. Toch maar weer die leesbril op of blij zijn als iemand anders uit de vergadering vraagt om het document in wat grotere letters te zetten. Maar zelf vragen, nee dat is echt een ‘bridge to far’.

Kijk haar eens vlot gaan

Als ik het dan waag om extra te gaan bewegen op mijn oude dag en mijn skates weer opsnor, voel ik mij ook nog lang geen vijftig. Ik ‘zie’ de mensen dan denken: kijk haar eens vlot op die skates gaan. Althans dat hoop ik dat ze dat denken. Het ziet er ongetwijfeld anders uit dan dat ik zelf voor ogen heb. Maar so what! Het voelt echt wel goed om zo bezig te zijn. Het geeft zelfs energie naast dat het me natuurlijk ook mijn adem flink beneemt. Alle begin is moeilijk.

Alleen de volgende dag bij het opstaan voel ik toch net even die spieren die ik eerder gewoon niet opmerkte. Op dat moment denk ik wel, komt dat nu specifiek omdat ik vijftig ben? Toen ik negenenveertig was, had ik dat echt niet. Duh!

De klok tikt door

Of ik ga een avondje borrelen met vriendinnen. Dat is zo gezellig dat het nachtwerk wordt. De wijn vloeit overmatig nadat we eerst al een maxi-fles prosecco vanwege mijn verjaardag soldaat hebben gemaakt. En ondertussen tikt de klok vrolijk door. Ik stap om half drie mijn bedje in. Dat gaat prima. Nergens last van. Het opstaan de volgende morgen heeft echter wat meer voeten in de aarde. Dat ging vóórdat ik vijftig was toch echt wel makkelijker.

Zo gek nog niet

Maar inmiddels heb ik mijn vijftig-zijn wel kunnen omarmen. Het heeft toch ook z’n voordelen. Zo werd ik eerder uitgenodigd voor mijn Covid-19-vaccinatie dan de niet-vijftigers. Zo’n leesbril is ook gewoon weer een extra leuk accessoire om uit te zoeken. En als je de bril dan opzet, zie je er net wat wijzer uit. Kan best handig zijn. Dat sporten hoef je op deze leeftijd helemaal niet op zo’n enorm rap tempo te doen. Rustig aan, dan breekt het lijntje niet.

Op deze leeftijd heb je ook geen kleine kinderen meer. Dus wat later opstaan na een avondje doorhalen, kan prima. Of het om de vijf weken naar de kapper gaan om mijn grijze haren te verven als een heerlijk relaxmomentje zien. Dus het is zo gek nog niet om vijftig te zijn. Ja vijftig, vijftig, vijftig! Ik zeg en schrijf het nog maar een paar keer. Dat ben ik en ik schaam mij er niet voor. 

Lees ook mijn eerdere blog over vijftig worden: Help, mijn lichaam zit vast!

BLOG – Vallen en weer opstaan

BLOG – Vallen en weer opstaan

Naast mijn passie voor het schrijven, heb ik nog een passie: motorrijden. Daar kan ik net als het schrijven enorm van genieten. Samen met mijn man maak ik heel wat kilometers in onze weekenden en op vrije dagen. Op mijn matte mosgroene Kawasaki Z650 rijd ik bijna het hele land door. Als ik vertel over het motorrijden, vragen mensen mij: ‘Vind je het niet gevaarlijk? Ben je niet bang om te vallen?’ Nou eerlijk gezegd hoort dat erbij helaas. Maar leuk is anders. Ik ben dus gevallen, meerdere keren zelfs, en heb daar wel mijn lessen uit geleerd.

Mijn eerste val

Ik weet mijn eerste val nog goed. Dat is deze maand inmiddels drieëntwintig jaar geleden. Het ongeluk was gelukkig niet heel dramatisch, maar het heeft uiteindelijk wel veel impact gehad. In een drukke regenachtige ochtendspits bij een afrit rond Utrecht, trapt een auto voor mij heel plotseling op zijn rem. Mijn reactie is uiteraard om mijn rem in te knijpen en te trappen om maar niet op de auto voor mij te knallen. Maar doordat het wegdek nat is, glij ik onderuit met mijn motor. Gelukkig rijden we op dat moment niet hard en houd ik er ‘slechts’ een gebroken pols aan over. Maar mocht ik wel een ritje in een ambulance maken. Helaas zonder sirene en zwaailichten.

Waarschijnlijk een traumaatje

In de autoritten erna krijg ik echter bij elke file op moment dat de felrode remlichten ineens voor mij opdoemen een enorme schrikreactie. Ook als ik niet zelf aan het stuur zit. Die reactie op die remlichten is in de eerste twintig jaar na het ongeluk in hevigheid nauwelijks afgenomen. En hierdoor vermeed ik het liefst om in een file terecht te komen. Ik ging mijn angst gewoon uit de weg. Psychologen hebben het hier waarschijnlijk over een trauma. 

Klotsende oksels

Dan komt er een mooie opdracht voor Koning Bolo op mijn pad. De opdracht is in de buurt van Breda en dat betekent dat ik daar in de spits met de auto heen moet. Dus zeer grote kans op om in files terecht te komen. Omdat dit een té mooie uitdaging was, nam ik de opdracht aan om voor maar liefst drie maanden drie dagen richting het Brabantse land te toeren. De eerste dag was ik natuurlijk bloednerveus. Ik had deo meegenomen zodat ik de klotsende oksels die ik in de auto zou krijgen daarna een beetje kon verdoezelen. 

Over mijn grenzen gegaan

Maar die deo heb ik helemaal niet nodig gehad. Ik heb de rit heel goed doorstaan. Ik heb genoeg afstand gehouden zodat er ruimte was om te reageren op de remlichten. Dan is de weg terug vast een hel, bedacht ik me voordat ik weer naar huis reed. Bij Den Haag is er immers een flinke trechter omdat er verschillende banen bij elkaar komen en ook banen wegvallen. Maar ook dat heb ik goed doorstaan. Ik heb dus letterlijk en figuurlijk over mijn grenzen gegaan. Niet alleen over de grenzen van de provincie, maar ook over mijn eigen grenzen voor wat betreft het rijden in files. En sindsdien zijn files echt een eitje voor me. Helemaal met de motor natuurlijk. 

Een flinke uitglijder

Mijn tweede val is nu anderhalf jaar geleden. Ik reed een rotonde op en voelde toen ik de tweede bocht instuurde mijn motor wegglijden en ik gleed zo samen met mijn motor over het wegdek. Ook hier reed ik niet hard gelukkig. Uiteindelijk zijn er op diezelfde rotonde nog drie motorrijders onderuit gegaan. Later bleek dat er paraffinekorrels op de weg lagen en in combinatie met een nat wegdek, zorgde dat voor onze uitglijders. Gelukkig kon mijn motor nog rijden en ben ik gelijk weer op mijn motor gestapt. Dat was best spannend, maar wel fijn om te weten dat ik het gewoon nog kon en belangrijker nog: ook durfde. De specifieke rotonde heb ik de eerste maanden vermeden, maar inmiddels rij ik daar ook weer overheen. Wel altijd met mijn billen bij elkaar geknepen. 

Angsten niet uit de weg gaan

Je ziet hoe makkelijk het is om je angsten uit de weg te gaan. Dat ik bijvoorbeeld geen ritten aanging in spitstijd omdat ik bang was voor files. Of als ik besloten had nooit meer over rotondes te rijden. Of sterker nog om helemaal niet meer te gaan motorrijden. Ik ben blij dat ik die opdracht heb aangenomen en direct weer op mijn motor ben gestapt. Daardoor kan ik nu gewoon weer heerlijk genieten van het motorrijden en is een rit in spitstijd in de auto een makkie voor me. 

BLOG – Opruimen leren door te gamen

Ik heb nu toch een geweldig idee: laten we bij onze pubers het gamen inzetten om te leren opruimen. Als ik namelijk zie hoe mijn zoon vergroeid is met zijn Playstation dan kan het niet anders dan een succes worden. Zo speelt hij veel Minecraft. En dat is natuurlijk eigenlijk gewoon een soort van spelen met Lego, maar dan virtueel. De snelheid waarmee hij huizen en andere objecten bouwt in de Minecraftwereld is echt fenomenaal. Als we dan een pact sluiten met de ontwikkelaars van computerspelletjes, om te beginnen met Minecraft, en in dat spel het opruimen van trash (er wordt op de Playstation veel Engels gesproken vandaar) en andere zaken erin verweven, dan worden onze kinderen er spelenderwijs in meegenomen.

Extra dynamite verdienen

Als je ziet hoe makkelijk ze het spelen van al die verschillende computerspelletjes zichzelf aanleren, dan pikken ze dit in no time op. Dat kan niet anders. Het oppakken van snoep- en chipszakken en in je eigen prullenbak gooien, levert je bijvoorbeeld extra ‘dynamite’ op. Daarmee kun je dan weer een huis van een ander in die wereld opblazen. En geloof me dan gaat mijn zoon die snoep- en chipszakken en weet ik allemaal niet nog meer heus wel in zijn eigen prullenbak gooien. In plaats van her en der door zijn kamer te laten slingeren. Of het educatief verantwoord is dat hij met die dynamietstaven andermans huis opblaast, laat ik even buiten beschouwing. Daar zullen we nog even iets op moeten vinden.

Eenlingen aan sokken

Ook het uitdoen van sokken en ze verplicht beide in de wasmand gooien, zou hem extra punten kunnen opleveren. Zo vaak zit er immers maar één sok in de wasmand en antwoordt hij op de vraag waar de ander is dat hij dat niet weet. Hoe kun je dat nou niet weten? Je doet toch allebei je sokken uit op het moment dat je naar bed gaat. Je gaat toch niet met één sok uit en één sok aan in bed liggen? Dat snap ik echt niet. Ik heb een heel mandje vol met eenlingen aan sokken. Ik laat dat mandje bewust heel lang staan, omdat ik hoop dat die andere sok ooit weer tevoorschijn komt. Inmiddels weet ik dat dat ijdele hoop is. De eenzame sok is gewoon verdwenen.

Dubbele score

Maar goed, weer even terug naar de computerspelletjes. Wat mij betreft zou ook het niet-gaan-opstapelen van al het servies dat meegenomen wordt naar de eigen kamer of beter gezegd richting de Playstation tot deze lijst van ‘te-leren-dingen’ horen. Dus niet al die borden met overgebleven resten eten opstapelen en al die opgestapelde glazen ernaast zetten op het bureau, maar regelmatig mee naar beneden nemen en ín de afwasmachine zetten. Dat zou wat mij betreft zelfs een dubbele score opleveren.

Het ei van Columbus

Ik heb volgens mij echt het ei van Columbus ontdekt. Ik denk serieus dat we meer moeten aansluiten bij de werelden van onze kinderen. Dat hadden wij in onze jongere jaren ook heel fijn gevonden. Of zeg ik nu iets geks? Waar kan ik hier patent voor aanvragen? Wie weet dat? En ik heb dit nu zwart op wit gezet hier op internet, dus niet met mijn idee aan de haal gaan hè!

BLOG – Met spoed melden graag!

Heb je dat wel eens gehad als je op het vliegveld zit te wachten tot je mag boarden dat je dan hoort dat er nog mensen omgeroepen worden? Ik dacht dan altijd: hoe krijg je het voor elkaar om zo laat te zijn. Inmiddels denk ik er anders over. Ik zat namelijk een keer met mijn liefhebbende echtgenoot rustig een koffietje te drinken en een broodje te eten bij een restaurant op Schiphol vér voor de gates. We zaten heel relaxed. Totdat we ineens ónze namen hoorden door de luidsprekers. We werden met spoed verzocht om naar de gate te gaan om te boarden. Oh… jee dat zijn wij! Wat gênant.

Met grote spoed naar de gate

We pakten onze spullen en haastten ons richting de gates. Ondertussen bedacht ik mij waarom dat was. We hadden toch tijd zat? Nee! Niet dus. We hadden ons gewoon een uur vergist. En nog maar een paar minuten om ons te melden. Hoe kregen wij dat voor elkaar. Ik, die altijd zo op de tijd let en er een ontzettende hekel aan heeft om te laat te komen, laat gewoon een heel vliegtuig wachten. Gelukkig had ik geen tijd om daar goed over na te denken. We moesten ons met spoed gaan melden.

We renden onze longen uit ons lijf

We renden om zeven uur ’s ochtends onze longen uit ons lijf om maar op tijd te zijn voor onze weekendje Napels samen. De gang van de D-gate op Schiphol is dan ontzettend lang. Zeker als je naar gatenummer 81 moet. Manlief, die een langeafstandsloper is, heb ik maar vooruit gestuurd. Mijn eigen conditie was ver beneden peil werd mij pijnlijk duidelijk. Maar uiteindelijk kwam ook voor mij nummer 81 in zicht.

‘Kan ik ze nog doorlaten?

‘Het was helemaal leeg toen ik aankwam, alleen een grondstewardes stond er met mijn echtgenoot. Ze sprak door de telefoon: ‘Ze staan nu hier, kan ik ze nog doorlaten?’ Gelukkig werd er aan de andere kant ‘ja’ gezegd en mochten we door. Onze handbagage moest echter naar het ruim. Ik vond het allemaal prima op dat moment en knikte braaf ‘ja’. Praten kon ik nog niet. Ik was total loss en dus compleet buiten adem. In het vliegtuig keken de mensen ons vreemd aan. Het deerde ons niet; we waren alleen maar blij dat we in het vliegtuig zaten.

Compassie in plaats van onbegrip

Voor de terugvlucht waren we heel ruim op tijd op het vliegveld. We waren zelfs zo vroeg dat we nog niet eens konden inchecken. We hielden wel de tijd nauwlettend in de gaten. Als ik nu iemand hoor die omgeroepen wordt, heb ik in plaats van onbegrip compassie voor deze persoon. Het kan immers de beste overkomen. Alleen ik mag hopen dit niet meer mee te maken. En als het wel gebeurt, dan wens ik dat mijn conditie een stuk beter is…