BLOG – Wat zijn we toch kwetsbaar

De afgelopen weken laten ons maar al te duidelijk zien dat we als mens enorm kwetsbaar zijn. Ik heb het idee dat we dat wel eens vergeten. Althans ik wel. Ik realiseerde mij dat een paar dagen geleden des te beter. Op de terugweg van een paar heerlijke dagen motorrijden wachtte ik naast mijn man voor een open brug. Nietsvermoedend van wat komen ging.

Ik stond linksachter de auto voor ons opgesteld en mijn man rechts. Gezamenlijk wachtend totdat de brug dicht ging en we weer konden starten en doorrijden. Dan zie ik ineens een grijze auto heel dicht naast mij rijden en dan bedoel ik echt heel dicht naast mij. Het volgende moment realiseer ik mij dat de auto, die dus héél dicht naast mij rijdt, over mijn linkervoet heen rijdt. Mijn linkervoet die als ’t ware onder of een beetje naast mijn motor staat. Ik denk eigenlijk achteraf dat ik het eerder zag dan voelde. Of misschien wel tegelijkertijd. Maar ik was vooral verbijsterd. 

‘Ze rijdt over mijn voet heen’

Ik roep naar mijn man: ‘WTF, ze rijdt gewoon over mijn voet heen.’ De vrouw in de auto rijdt rustig door en heeft helemaal niet in de gaten wat zij deed. Mijn man zet snel zijn motor voor haar auto zodat ze niet verder kan. Ikzelf start ook en rijd mijn motor links naast haar zodat zij haar raampje kan openen. Ze opent haar deur op een kier en kijkt mij vooral heel verschrikt aan. ‘U reed over mijn voet heen mevrouw,’ bijt ik haar woedend toe.

De adrenaline schiet door mijn hele lijf heen en voel ook vooral ongeloof dat dit gebeurde. Ik stond erbij en keek erna. Echt vriendelijk reageer ik dus niet naar deze vrouw. ‘Ja, maar u stond dan ook midden op de weg,’ zegt deze dame. Zich totaal niet bewust van wat zij net heeft gedaan en wat de eventuele gevolgen kunnen zijn. Bij een auto had zij schade gereden door er zo dicht langs te rijden. Bij mij was het mijn voet waar ze overheen reed. 

Menselijke kwetsbaarheid

Ondertussen beweeg ik mijn voet en heb het idee dat dat wel gaat. Mijn man dirigeert deze dame als een ware motoragent naar de zijkant zodat we even kunnen praten. De vrouw blijft volhouden dat wij midden op de weg stonden en zegt met grote moeite sorry. Ze perst het eruit. Ik probeer haar nog mee te geven dat ze niet zo dicht langs motorrijders moet rijden, maar voel tegelijkertijd dat dit geen zin heeft. We stappen weer op.

Naar huis rijdend realiseer ik mij dat ik als motorrijder echt heel kwetsbaar ben. Ik weet dat natuurlijk wel, maar dit zo lullige akkefietje maakt het even heel duidelijk voor mij. Ik denk vervolgens aan de motorpolitieagent Arno die het aan de stok kreeg met een gevaarlijke vrachtwagenchauffeur en dit met zijn leven heeft moeten bekopen. En als ik vervolgens onze menselijke kwetsbaarheid breder trek, denk ik aan Peter R. de Vries. Gewoon op klaarlichte dag neergeschoten in het centrum van Amsterdam. 

Het water kwam en overwon

Of ik denk aan alle mensen in Limburg, de Eiffel en België. Het water kwam en overwon. En nam hun bezittingen of zelfs hun leven. Of neem de Olympische sporters die jaren trainen voor de Olympische Spelen en dan positief getest worden op corona en naar huis moeten. Geen spelen, niks, nada. Of de vriendin die de diagnose borstkanker krijgt en van een gezonde vrouw ineens een ‘zieke’ vrouw wordt. Van de ene op andere dag. Of de vriendin die haar moeder ziet lijden aan kanker. Haar moeder die zo kwetsbaar en zo fragiel is geworden door haar ziekte. Maar misschien is de kwetsbaarheid van de vriendin nog wel het grootst nu ze haar moeder zo ziet lijden en machteloos moet toekijken. 

Onbeschrijflijk kwetsbaar zijn we eigenlijk als mens. Wij vergeten dat nog wel eens in ons dagelijkse drukke en georganiseerde leven. Aan de ene kant is dat goed, anders hebben we geen leven. Maar soms is het toch ook belangrijk om stil te staan bij waar je nu staat, wat je hebt en wat je voelt. Je leven kan zomaar in een split second anders zijn.

P.S. Met mijn voet gaat het goed. Slechts een beurse plek aan overgehouden. Heel blij dat ik motorlaarzen aan had en ik heb gelijk gekoeld toen ik thuiskwam.

Lees ook een andere blog over motorrijden: Vallen en weer opstaan

BLOG – Het is gebeurd, ik ben 50!

Ja, het is gebeurd! De grote vijf zit in mijn leeftijd. Iets waar ik enorm tegenop zag. Sinds vorige maand moet ik nu dus zeggen dat ik vijftig ben als naar mijn leeftijd gevraagd wordt. Vijftig, vijftig, vijftig! Ik zeg en schrijf het nog maar een paar keer. Het is niet anders, maar ik voel mij gewoon écht geen vijftig. Het klinkt ontzettend oud. En zo voel ik mij absoluut niet. 

Bril op, bril af

Ja, eerlijk gezegd wel als ik aan het koken ben en de gebruiksaanwijzing achterop een pakje wil lezen. Dan zie ik dat dus niet of althans de lettertjes zijn zo klein dat ik er nog geen soep van kan maken. Ook al gaat het om een pakje soep. Of als ik ’s avonds in bed nog even wat wil lezen. De e-reader is geen probleem. Ik zet de lettergrootte gewoon maximaal. Maar bij een tastbaar boek lukt dat dus niet en ben ik veroordeeld naar mijn twee-euro-leesbril van de supermarkt. Wel hip groen. Althans dat vind ik zelf. Mijn dochter van twintig (ja, zij wel) vindt ‘m vreselijk. 

Het ergste is nog met dat thuiswerken en dus online vergaderen als iemand een document deelt. Op mijn laptop zien de lettertjes van dat document er dan echt heel slecht leesbaar uit. Toch maar weer die leesbril op of blij zijn als iemand anders uit de vergadering vraagt om het document in wat grotere letters te zetten. Maar zelf vragen, nee dat is echt een ‘bridge to far’.

Kijk haar eens vlot gaan

Als ik het dan waag om extra te gaan bewegen op mijn oude dag en mijn skates weer opsnor, voel ik mij ook nog lang geen vijftig. Ik ‘zie’ de mensen dan denken: kijk haar eens vlot op die skates gaan. Althans dat hoop ik dat ze dat denken. Het ziet er ongetwijfeld anders uit dan dat ik zelf voor ogen heb. Maar so what! Het voelt echt wel goed om zo bezig te zijn. Het geeft zelfs energie naast dat het me natuurlijk ook mijn adem flink beneemt. Alle begin is moeilijk.

Alleen de volgende dag bij het opstaan voel ik toch net even die spieren die ik eerder gewoon niet opmerkte. Op dat moment denk ik wel, komt dat nu specifiek omdat ik vijftig ben? Toen ik negenenveertig was, had ik dat echt niet. Duh!

De klok tikt door

Of ik ga een avondje borrelen met vriendinnen. Dat is zo gezellig dat het nachtwerk wordt. De wijn vloeit overmatig nadat we eerst al een maxi-fles prosecco vanwege mijn verjaardag soldaat hebben gemaakt. En ondertussen tikt de klok vrolijk door. Ik stap om half drie mijn bedje in. Dat gaat prima. Nergens last van. Het opstaan de volgende morgen heeft echter wat meer voeten in de aarde. Dat ging vóórdat ik vijftig was toch echt wel makkelijker.

Zo gek nog niet

Maar inmiddels heb ik mijn vijftig-zijn wel kunnen omarmen. Het heeft toch ook z’n voordelen. Zo werd ik eerder uitgenodigd voor mijn Covid-19-vaccinatie dan de niet-vijftigers. Zo’n leesbril is ook gewoon weer een extra leuk accessoire om uit te zoeken. En als je de bril dan opzet, zie je er net wat wijzer uit. Kan best handig zijn. Dat sporten hoef je op deze leeftijd helemaal niet op zo’n enorm rap tempo te doen. Rustig aan, dan breekt het lijntje niet.

Op deze leeftijd heb je ook geen kleine kinderen meer. Dus wat later opstaan na een avondje doorhalen, kan prima. Of het om de vijf weken naar de kapper gaan om mijn grijze haren te verven als een heerlijk relaxmomentje zien. Dus het is zo gek nog niet om vijftig te zijn. Ja vijftig, vijftig, vijftig! Ik zeg en schrijf het nog maar een paar keer. Dat ben ik en ik schaam mij er niet voor. 

Lees ook mijn eerdere blog over vijftig worden: Help, mijn lichaam zit vast!

BLOG – Vallen en weer opstaan

BLOG – Vallen en weer opstaan

Naast mijn passie voor het schrijven, heb ik nog een passie: motorrijden. Daar kan ik net als het schrijven enorm van genieten. Samen met mijn man maak ik heel wat kilometers in onze weekenden en op vrije dagen. Op mijn matte mosgroene Kawasaki Z650 rijd ik bijna het hele land door. Als ik vertel over het motorrijden, vragen mensen mij: ‘Vind je het niet gevaarlijk? Ben je niet bang om te vallen?’ Nou eerlijk gezegd hoort dat erbij helaas. Maar leuk is anders. Ik ben dus gevallen, meerdere keren zelfs, en heb daar wel mijn lessen uit geleerd.

Mijn eerste val

Ik weet mijn eerste val nog goed. Dat is deze maand inmiddels drieëntwintig jaar geleden. Het ongeluk was gelukkig niet heel dramatisch, maar het heeft uiteindelijk wel veel impact gehad. In een drukke regenachtige ochtendspits bij een afrit rond Utrecht, trapt een auto voor mij heel plotseling op zijn rem. Mijn reactie is uiteraard om mijn rem in te knijpen en te trappen om maar niet op de auto voor mij te knallen. Maar doordat het wegdek nat is, glij ik onderuit met mijn motor. Gelukkig rijden we op dat moment niet hard en houd ik er ‘slechts’ een gebroken pols aan over. Maar mocht ik wel een ritje in een ambulance maken. Helaas zonder sirene en zwaailichten.

Waarschijnlijk een traumaatje

In de autoritten erna krijg ik echter bij elke file op moment dat de felrode remlichten ineens voor mij opdoemen een enorme schrikreactie. Ook als ik niet zelf aan het stuur zit. Die reactie op die remlichten is in de eerste twintig jaar na het ongeluk in hevigheid nauwelijks afgenomen. En hierdoor vermeed ik het liefst om in een file terecht te komen. Ik ging mijn angst gewoon uit de weg. Psychologen hebben het hier waarschijnlijk over een trauma. 

Klotsende oksels

Dan komt er een mooie opdracht voor Koning Bolo op mijn pad. De opdracht is in de buurt van Breda en dat betekent dat ik daar in de spits met de auto heen moet. Dus zeer grote kans op om in files terecht te komen. Omdat dit een té mooie uitdaging was, nam ik de opdracht aan om voor maar liefst drie maanden drie dagen richting het Brabantse land te toeren. De eerste dag was ik natuurlijk bloednerveus. Ik had deo meegenomen zodat ik de klotsende oksels die ik in de auto zou krijgen daarna een beetje kon verdoezelen. 

Over mijn grenzen gegaan

Maar die deo heb ik helemaal niet nodig gehad. Ik heb de rit heel goed doorstaan. Ik heb genoeg afstand gehouden zodat er ruimte was om te reageren op de remlichten. Dan is de weg terug vast een hel, bedacht ik me voordat ik weer naar huis reed. Bij Den Haag is er immers een flinke trechter omdat er verschillende banen bij elkaar komen en ook banen wegvallen. Maar ook dat heb ik goed doorstaan. Ik heb dus letterlijk en figuurlijk over mijn grenzen gegaan. Niet alleen over de grenzen van de provincie, maar ook over mijn eigen grenzen voor wat betreft het rijden in files. En sindsdien zijn files echt een eitje voor me. Helemaal met de motor natuurlijk. 

Een flinke uitglijder

Mijn tweede val is nu anderhalf jaar geleden. Ik reed een rotonde op en voelde toen ik de tweede bocht instuurde mijn motor wegglijden en ik gleed zo samen met mijn motor over het wegdek. Ook hier reed ik niet hard gelukkig. Uiteindelijk zijn er op diezelfde rotonde nog drie motorrijders onderuit gegaan. Later bleek dat er paraffinekorrels op de weg lagen en in combinatie met een nat wegdek, zorgde dat voor onze uitglijders. Gelukkig kon mijn motor nog rijden en ben ik gelijk weer op mijn motor gestapt. Dat was best spannend, maar wel fijn om te weten dat ik het gewoon nog kon en belangrijker nog: ook durfde. De specifieke rotonde heb ik de eerste maanden vermeden, maar inmiddels rij ik daar ook weer overheen. Wel altijd met mijn billen bij elkaar geknepen. 

Angsten niet uit de weg gaan

Je ziet hoe makkelijk het is om je angsten uit de weg te gaan. Dat ik bijvoorbeeld geen ritten aanging in spitstijd omdat ik bang was voor files. Of als ik besloten had nooit meer over rotondes te rijden. Of sterker nog om helemaal niet meer te gaan motorrijden. Ik ben blij dat ik die opdracht heb aangenomen en direct weer op mijn motor ben gestapt. Daardoor kan ik nu gewoon weer heerlijk genieten van het motorrijden en is een rit in spitstijd in de auto een makkie voor me. 

BLOG – Opruimen leren door te gamen

Ik heb nu toch een geweldig idee: laten we bij onze pubers het gamen inzetten om te leren opruimen. Als ik namelijk zie hoe mijn zoon vergroeid is met zijn Playstation dan kan het niet anders dan een succes worden. Zo speelt hij veel Minecraft. En dat is natuurlijk eigenlijk gewoon een soort van spelen met Lego, maar dan virtueel. De snelheid waarmee hij huizen en andere objecten bouwt in de Minecraftwereld is echt fenomenaal. Als we dan een pact sluiten met de ontwikkelaars van computerspelletjes, om te beginnen met Minecraft, en in dat spel het opruimen van trash (er wordt op de Playstation veel Engels gesproken vandaar) en andere zaken erin verweven, dan worden onze kinderen er spelenderwijs in meegenomen.

Extra dynamite verdienen

Als je ziet hoe makkelijk ze het spelen van al die verschillende computerspelletjes zichzelf aanleren, dan pikken ze dit in no time op. Dat kan niet anders. Het oppakken van snoep- en chipszakken en in je eigen prullenbak gooien, levert je bijvoorbeeld extra ‘dynamite’ op. Daarmee kun je dan weer een huis van een ander in die wereld opblazen. En geloof me dan gaat mijn zoon die snoep- en chipszakken en weet ik allemaal niet nog meer heus wel in zijn eigen prullenbak gooien. In plaats van her en der door zijn kamer te laten slingeren. Of het educatief verantwoord is dat hij met die dynamietstaven andermans huis opblaast, laat ik even buiten beschouwing. Daar zullen we nog even iets op moeten vinden.

Eenlingen aan sokken

Ook het uitdoen van sokken en ze verplicht beide in de wasmand gooien, zou hem extra punten kunnen opleveren. Zo vaak zit er immers maar één sok in de wasmand en antwoordt hij op de vraag waar de ander is dat hij dat niet weet. Hoe kun je dat nou niet weten? Je doet toch allebei je sokken uit op het moment dat je naar bed gaat. Je gaat toch niet met één sok uit en één sok aan in bed liggen? Dat snap ik echt niet. Ik heb een heel mandje vol met eenlingen aan sokken. Ik laat dat mandje bewust heel lang staan, omdat ik hoop dat die andere sok ooit weer tevoorschijn komt. Inmiddels weet ik dat dat ijdele hoop is. De eenzame sok is gewoon verdwenen.

Dubbele score

Maar goed, weer even terug naar de computerspelletjes. Wat mij betreft zou ook het niet-gaan-opstapelen van al het servies dat meegenomen wordt naar de eigen kamer of beter gezegd richting de Playstation tot deze lijst van ‘te-leren-dingen’ horen. Dus niet al die borden met overgebleven resten eten opstapelen en al die opgestapelde glazen ernaast zetten op het bureau, maar regelmatig mee naar beneden nemen en ín de afwasmachine zetten. Dat zou wat mij betreft zelfs een dubbele score opleveren.

Het ei van Columbus

Ik heb volgens mij echt het ei van Columbus ontdekt. Ik denk serieus dat we meer moeten aansluiten bij de werelden van onze kinderen. Dat hadden wij in onze jongere jaren ook heel fijn gevonden. Of zeg ik nu iets geks? Waar kan ik hier patent voor aanvragen? Wie weet dat? En ik heb dit nu zwart op wit gezet hier op internet, dus niet met mijn idee aan de haal gaan hè!

BLOG – Met spoed melden graag!

Heb je dat wel eens gehad als je op het vliegveld zit te wachten tot je mag boarden dat je dan hoort dat er nog mensen omgeroepen worden? Ik dacht dan altijd: hoe krijg je het voor elkaar om zo laat te zijn. Inmiddels denk ik er anders over. Ik zat namelijk een keer met mijn liefhebbende echtgenoot rustig een koffietje te drinken en een broodje te eten bij een restaurant op Schiphol vér voor de gates. We zaten heel relaxed. Totdat we ineens ónze namen hoorden door de luidsprekers. We werden met spoed verzocht om naar de gate te gaan om te boarden. Oh… jee dat zijn wij! Wat gênant.

Met grote spoed naar de gate

We pakten onze spullen en haastten ons richting de gates. Ondertussen bedacht ik mij waarom dat was. We hadden toch tijd zat? Nee! Niet dus. We hadden ons gewoon een uur vergist. En nog maar een paar minuten om ons te melden. Hoe kregen wij dat voor elkaar. Ik, die altijd zo op de tijd let en er een ontzettende hekel aan heeft om te laat te komen, laat gewoon een heel vliegtuig wachten. Gelukkig had ik geen tijd om daar goed over na te denken. We moesten ons met spoed gaan melden.

We renden onze longen uit ons lijf

We renden om zeven uur ‘s ochtends onze longen uit ons lijf om maar op tijd te zijn voor onze weekendje Napels samen. De gang van de D-gate op Schiphol is dan ontzettend lang. Zeker als je naar gatenummer 81 moet. Manlief, die een langeafstandsloper is, heb ik maar vooruit gestuurd. Mijn eigen conditie was ver beneden peil werd mij pijnlijk duidelijk. Maar uiteindelijk kwam ook voor mij nummer 81 in zicht.

‘Kan ik ze nog doorlaten?

‘Het was helemaal leeg toen ik aankwam, alleen een grondstewardes stond er met mijn echtgenoot. Ze sprak door de telefoon: ‘Ze staan nu hier, kan ik ze nog doorlaten?’ Gelukkig werd er aan de andere kant ‘ja’ gezegd en mochten we door. Onze handbagage moest echter naar het ruim. Ik vond het allemaal prima op dat moment en knikte braaf ‘ja’. Praten kon ik nog niet. Ik was total loss en dus compleet buiten adem. In het vliegtuig keken de mensen ons vreemd aan. Het deerde ons niet; we waren alleen maar blij dat we in het vliegtuig zaten.

Compassie in plaats van onbegrip

Voor de terugvlucht waren we heel ruim op tijd op het vliegveld. We waren zelfs zo vroeg dat we nog niet eens konden inchecken. We hielden wel de tijd nauwlettend in de gaten. Als ik nu iemand hoor die omgeroepen wordt, heb ik in plaats van onbegrip compassie voor deze persoon. Het kan immers de beste overkomen. Alleen ik mag hopen dit niet meer mee te maken. En als het wel gebeurt, dan wens ik dat mijn conditie een stuk beter is…

BLOG – Geef meer complimenten!

Ik pleit voor het geven van meer complimenten. Niet zozeer aan mij, dat mág wel natuurlijk, maar ik bedoel aan elkaar! Ik vind namelijk echt dat we elkaar meer moeten complimenteren. En dus niet alleen bij een begrafenis of crematie in de speech of bij het wisselen van werkplek.

Het nieuws van een vriendin dat zij een andere baan had gevonden, zorgde er laatst voor dat haar collega’s haar vertelde dat ze het zo jammer vonden dat ze wegging. Ze kreeg te horen wat ze zo goed aan haar vinden en wat ze allemaal gingen missen. Alsof ze dat op dat moment pas beseften. En dat is natuurlijk ook zo. We beseffen dat pas goed op zulke afscheidsmomenten. Als we het ineens niet meer ‘hebben’. Maar dat is natuurlijk ontzettend jammer. Waarom zeggen we het niet vaker tegen elkaar? 

Durf het uit te spreken

Het lijkt erop dat we op deze momenten eindelijk eens durven uit te spreken of op te schrijven hoe blij we eigenlijk met iemand zijn of waren. Men heeft de tijd genomen om goed over de ander na te denken en aan te geven hoe belangrijk deze persoon voor hem of haar is. Hoe jammer is dat toch dat dát over het algemeen pas op dat soort momenten gebeurt. Waarom zeggen wij eigenlijk niet vaker tegen elkaar wanneer we vinden dat de ander het goed doet of wanneer we blij zijn met iemand? Wanneer iemand iets niet goed doet, is dat namelijk vaak makkelijker en vooral sneller gezegd. 

De vriendin die vertelde dat ze een andere baan had gevonden, was verrast door wat iedereen haar vertelde. Ze was er heel blij mee, maar dat had zij zelf helemaal niet verwacht. Elkaar complimenten geven, kan dus veel teweegbrengen. Niet alleen op de werkvloer, maar ook gewoon in ons dagelijks leven. En dus niet alleen als iemand een andere baan heeft gevonden of als iemand er niet meer is, maar ook tussen de bedrijven door. 

Trots op mijn kinderen

Ik heb bijvoorbeeld bewondering voor mijn dochter die dit jaar met haar studie is begonnen. Het is door corona zo anders dan de jaren hiervoor. Of mijn eigen studietijd. Er gaat nu zo veel verloren aan verbinding en het is zo veel minder leuk op deze manier. Toch is zij superenthousiast en enorm gemotiveerd. Ook mijn zoon kan ik complimenten geven. Hij heeft zichzelf aangeleerd om een zogenaamde ‘backflip’ te maken. Eerst oefende hij heel vaak tijdens het trampolinespringen, keek megaveel youtubefilmpjes en vervolgens probeerde hij het gewoon op het gras en later zelfs op de straat.

Laatst kwamen we bij de tandarts vandaan en toen zei hij: ‘Mam, wacht even, wil je even mijn daily backflip filmen?’ Ik hield mijn hart vast, maar vind het stiekem natuurlijk wel superknap. 

Iets vaker zeggen

Trots ben ik daarnaast op mijn eega. Hoe hij toch elke keer weer nieuwe opdrachten krijgt. Corona heeft hem in zijn zzp-schap heus wel wat klappen gegeven, maar toch bleef hij vertrouwen. Inmiddels heeft hij het druk met verschillende opdrachten. En zijn klanten zijn zeer tevreden. Hoe mooi is dat? Natuurlijk ben ik supertrots op mijn dochter, mijn zoon en mijn man en dat zou ik eigenlijk veel vaker moeten zeggen.

Meestal denken we dat de ander dat wel snapt of weet. Maar dat is dus niet altijd zo. Het is juist héél belangrijk om het uit te spreken. Het geeft namelijk niet alleen jouzelf een goed gevoel, maar het zelfvertrouwen van de persoon in kwestie groeit daardoor. 

Een serieuze oproep aan jullie

Dus ik roep jullie vanaf hier eigenlijk op om vaker de waardering naar elkaar uit te spreken! Niet pas op moment dat je collega een andere baan heeft gevonden. Of erger nog in een speech als iemand is overleden. Dat is mooi, maar doe het gewoon óók als die persoon nog in leven is. Het levert zo veel voor jou en die persoon op. Laat je gewoon wat vaker horen naar elkaar!

BLOG – Plaatsvervangende nervositeit

pubertijd

Ken je dat? Dat niet jij, maar één van je familieleden iets belangrijks moet doen. Iets waar best een beetje druk op ligt? En dat jij dan zelf ruim voor de wekker wakker bent en ook nog eens bar slecht geslapen hebt? Gisteren had ik zo’n dag. Dochterlief moest een belangrijk examen doen en het was ook nog eens vrijdag de dertiende. Ik was natuurlijk veel te vroeg wakker.

Op het moment dat zij de deur uitgaat, voelt het alsof ik haar naar de slachtbank laat gaan. Zo’n zielig lammetje dat je aankijkt met van die vragende ogen: doe het niet. Zo keek ze echt een beetje moet ik eerlijk bekennen. Ze heeft er zo geen zin in, maar ze weet ook dat het gewoon moet. Ze is superzenuwachtig en ik leef enorm met haar mee. Maar eerlijk gezegd is het meer dan meeleven. Ik noem het ‘plaatsvervangende nervositeit’.

Soms ook precies andersom

Nu is ze zelf dus ook heel zenuwachtig en zijn we het allebei, maar het komt ook wel eens voor dat ik dan zenuwachtiger ben dan die ander die dat belangrijke iets moet doen. Dat het dus echt plaatsvervangend is. Bij zoonlief gaat dat namelijk meestal zo. Hij zit in havo 4 en had laatst schoolexamens. In onze tijd gewoon bekend onder de naam schoolonderzoeken. Hij maakt zich daar helemaal niet zo druk om en vindt het eigenlijk gewoon zonde van zijn tijd. Dat leren gaat ook heel anders dan dat ik zelf voor ogen heb.

Schema van dertig minuten

Volgens zoonlief kun je je namelijk maar twintig minuten lang achter elkaar concentreren. Gelukkig doet hij er in zijn planning nog wel tien minuten bij en neemt hij ruim de tijd om een mooi schema te maken. Een schema van dertig minuten op en dertig minuten af. In die dertig minuten af verzint hij allerlei dingen om te doen zodat die dertig minuten natuurlijk niet anders kunnen dan uitlopen. Zo heeft hij mijn auto tussendoor gewassen. Nu is het best een minuscule auto, maar dertig minuten is zelfs te weinig voor mijn autootje.

Ongeluk op vrijdag de dertiende?

Daarna ging hij weer ‘vol’ leren beloofde hij mij stellig. Nou ja, noem het maar vol. Ik hoor hem niet stampen ofzo. Gaat dat tegenwoordig misschien anders? Toch meer digitaal waarschijnlijk. Of ben ik nu te goed van vertrouwen? Maar goed, de hele week had ík dus elke ochtend plaatsvervangende nervositeit voor zijn schoolexamens. En hij, hij heeft nergens last van. Hij heeft er alleen maar de pee over in dat hij de hele week niet op zijn Playstation mag. Die tijd op zijn Playstation heeft hij overigens het weekend erna weer vol – daar dan weer wel – ingehaald. Dat hoor je ook gewoon dat hij er vol op zit. We gaan het zien en houden onze vingers gekruist. Dochterlief heeft gelukkig, zelfs op vrijdag dertiende, haar belangrijke examen gehaald!

BLOG – Déjà vu naar mijn bevalling…

Sendra-laarzen

Ik houd erg van schoenen en daarbij uiteraard ook van laarzen. Volgens manlief heb ik er te veel, maar daar ben ik het natuurlijk absoluut niet mee eens. Wat mij betreft kun je nooit genoeg laarzen of schoenen hebben, want hoe meer je er hebt, hoe langer je met alle paren kunt doen. En dat is dan toch ook weer een prima reden om een nieuw paar te kopen. Mijn favoriete laarzen zijn mijn ‘Sendra’s’. Misschien ken je ze wel. De Spaanse Andrés Sendra begon zijn bedrijf in 1913 nadat hij geïnspireerd geraakt was door de rij- en cowboylaarzen die hij zag op zijn reis door de Verenigde Staten. Tegenwoordig zijn het niet alleen meer rij- of cowboylaarzen die zij maken. Ook allerlei andere modellen worden er geproduceerd.

Ware hel

Vaak hebben de laarzen hun eigen identiteit door de vele stiksels, maar zij hebben ook allemaal iets gemeen dat Sendra-bezitters wellicht héél bekend voorkomt. Het is namelijk een ware hel om Sendra-laarzen aan te krijgen! ‘Ach… dat hoort erbij,’ zeggen de verkoopsters dan, maar elke keer als ik ze aantrek krijg ik een déjà vu naar mijn bevallingen. En dan ook echt het hoogtepunt of beter gezegd dieptepunt van de bevallingen.

Muur- en muurvast

Ik doe bij voorbaat al een niet te dikke sok aan voordat ik mijn voet in de schacht van de laars steek. Op het moment dat mijn enkel in het smalle gedeelte aankomt en ik een beetje doorduw, zit mijn enkel muur- en muurvast. Ik krijg mijn enkel niet voor- of achteruit in de laars. Ik haal dan even een paar keer goed adem en ga dan voor een laatste puf. In mijn hoofd hoor ik mijn verloskundige Mia roepen: ‘Kom op, nog één pers en je bent er!’ En ik zucht mijn voet zo ver naar beneden dat mijn enkel losschiet.

Groot respect voor tweelingmoeders

Bij mijn bevallingen waren beide kinderen dan geboren. Ik heb dan ook enorm respect voor tweelingmoeders. Bij mijn leuke Sendra-laarzen, moet ik immers óók nog een keer dit hele persgebeuren ondergaan. Gelukkig is het net als bij bevallingen dat een tweede er net iets makkelijker doorgaat; mijn rechtervoet gaat altijd net iets soepeler…

BLOG – Help, mijn lichaam zit vast!

BLOG

Het gaat gebeuren in 2021: dan word ik vijftig! Ik vind het wel een dingetje hoor. Met dertig en veertig had ik echt geen probleem. Van veertig richting de vijfenveertig ging nog wel. Daarna richting acht- en negenenveertig kon ik het ook nog behappen, maar nu écht tegen die vijftig aanschuren vind ik moeilijk, héél moeilijk. Helaas kan ik het niet veranderen, met de beste wil niet. Mijn geboortejaar is en blijft immers 1971 – supermooi jaar natuurlijk dat daar gelaten – en dus gaat het gewoon gebeuren. 

Een grens overgaan

Voor mij betekent het wel een grens overgaan. De grens van mij nog altijd dat jonge meisje voelen en nu dan eindelijk naar dat ‘vrouw zijn’ gaan. Nu pas? Ik hoor het je denken. Maar dan wel een vrouw op flinke leeftijd voor mijn gevoel, want als je zegt ‘Ik word vijftig’ dan is dat toch een halve eeuw die je in de mond neemt. En dat klinkt dus echt wel als een soort half-antiek. En toch, in mijn hoofd voel ik mij niet half-antiek. In mijn hoofd voel ik mij dat ‘meisje’ van dertig op weg naar veertig. Die ondertussen moeder is geworden van twee kinderen die nu, moet ik eerlijkheidshalve wel toegeven, ook al op weg zijn naar volwassenheid. Althans zo noemt men dat als je richting het einde van je tienerjaren gaat. Of zij voor mijn gevoel door hun gedrag ook richting volwassenheid gaan, is een tweede. Mentaal gezien voel ik mij daarom helemaal geen bijna-vijftig. 

Funest voor mijn lichaam

Lichamelijk gezien is het een ander verhaal. Enigszins gelukkig is door de corona-lockdown mijn yoga op een laag pitje gezet. Of eigenlijk laat ik niet liegen; ik doe gewoon niet meer aan yoga. Mentaal gezien best wel prettig. Ik hoef mij nu namelijk niet meer in allerlei onmogelijke bochten en houdingen te wringen, maar het is voor mijn inmiddels stramme lichaam absoluut funest. Door één en heel soms twee keer per week aan yoga te doen, hield ik mijn lichaam een beetje soepel. Het sluiten van de yogaschool en het thuiswerken vanaf maart heeft mijn lichaam allesbehalve versoepeld. In tegendeel, mijn lichaam kwam behoorlijk vast te zitten.

Aftakeling versneld ingezet

Het werken aan mijn eettafel achter de laptop op een niet-ergonomische stoel, heeft volgens mij het aftakelen van mijn lichaam (wat wel een beetje bij vijftigers hoort) ook nog eens versneld ingezet. Dit betekende vervolgens dat ik eerst naar de osteopaat moest om een beetje ruimte te creëren in mijn enorme spiermassa’s en dat ik op mijn bijna-vijftigste ook nog eens Mensendieck-therapie ben gaan volgen. 

Het piept en het kraakt

Daar lig ik dan bij de Mensendieck-houdings-therapie wekelijks op een matje (toch een beetje dat yoga-gevoel) en mag ik allerlei oefeningen doen en daarbij naar mijzelf kijkend in een spiegelwand. Ik hoor mijn gewrichten dan letterlijk kraken en piepen. En dat moet dan ook nog eens in deze tijden met een mondkapje op. Dat maakt het er ook niet makkelijker op. Het lijkt zelfs een beetje of mijn longen ook opspelen alsof ik richting de tachtig ga, maar gelukkig weet ik wat dat betreft beter en ligt dát toch echt aan het mondkapje.

The amazing fifty’s

Maar hoe je het nu wendt of keert; ik ben echt op weg naar ‘the amazing fifty’s’. Ik vind het niets, maar ga er toch het beste van maken. Mocht je tips hebben, hoe ik deze ‘fantastic ride to the amazing fifty’s’ goed kan doorkomen, be my guest!

BLOG – Kleine kindjes worden snel groot

pubertijd

Gelukkig groei je mee met het ouder worden van je kinderen. Je wordt zeer geleidelijk meegenomen in dit ontwikkelproces. Toch kun je op sommige momenten verrast worden. Althans ik wél! Alsof je niet goed gekeken hebt. Ineens is er toch iets aan de hand waarvan je denkt: woho… dit had ik even niet zien aankomen.

Zo is mijn jongste kind inmiddels veertien jaar. Hij zit in de derde klas en is behoorlijk zelfstandig. Soms kookt hij voor ons en dat betekent óók de boodschappen doen. En dat doet hij! Hij kookt natuurlijk iets dat hij zelf lekker vindt, maar hij doet het toch maar wel. Oké, dat is iets waar we in meegegroeid zijn. Van brood halen en zelf chocolademelk bestellen (‘Je veux un chocola chaud’) op de Franse camping, naar mee boodschappen doen en uiteindelijk in zijn eentje die boodschappen halen én betalen. Eerst met cash geld, maar inmiddels doet hij dat met zijn eigen pinpas.

Af en toe sloeg op een gegeven moment zoonlief zijn stem over en moesten we er samen met hem erg om lachen. Op dat moment had ik niet zo erg in de gaten dat zijn pubertijd eigenlijk al op volle kracht was. Het was immers mijn kleine jongetje dat zo van dansen houdt en altijd de kleinste van de klas is. Op een dag komt hij naar ons toe en zegt tegen zijn vader: ‘Pap, kun je me helpen met het scheren van mijn snor?’ Ehhhhhhhhh… dat was zo’n moment dat ik dus enorm verrast werd in zijn puberontwikkelproces. Naar adem happend, dacht ik alleen maar: Scheren? Snor? Oh my god. En dan? Hoe vaak? Kunnen we dit nog terugdraaien?

Gelukkig bleef manlief heel relaxed en heeft hij dit met zoonlief geregeld. En nu is het zo dat die kleine jongen, die toch ook al weer groot wordt, het heerlijk vindt hij als hij zich geschoren heeft. ‘Een lekker babyhuidje heb ik dan joh.’ Hij steekt er soms jongens die ouder zijn en er weken voor moeten sparen af en toe – goed bedoeld wel – hun ogen zelfs mee uit.

Dan denk je vervolgens dat je wel weer een beetje op ree bent in het puberontwikkelproces. Dat je bij bent en alles in de gaten hebt. Totdat hij plotseling zegt: ‘Mam, ik wil een tweepersoonsbed, mag dat?’ Ehhhhhhhhh… dat is verdorie wéér zo’n moment dat ik enorm verrast word in zijn ontwikkelproces.

Toen onze dochter, die ouder is, ons dezelfde vraag stelde, lag ze er dezelfde avond nog mét haar vriendje in. Dus wederom naar adem happend, dacht ik alleen maar: Tweepersoonsbed? Waarom? Met wie? Oh my god. Is er nu al iemand met wie hij in dit bed wil liggen? Dat trek ik niet, het is te vroeg… Gelukkig is dat het niet en wil hij gewoon alleen maar heerlijk breeduit liggen, want lekker slapen dat kunnen die pubers supergoed. Natuurlijk wel pas vanaf héél laat en tot ver in de morgen.

Toch ben ik nu alert, doe ik de deur op slot en verstop ik elke nacht de sleutel, want je snor scheren à la, maar iemand in je bed erbij. Daar ben ik echt nog even niet aan toe…