Het is vandaag 6 januari en dat betekent ‘Driekoningen’. Een christelijke feestdag waarop men het Bijbelse verhaal herdenkt van de wijzen uit het oosten die een opgaande ster zagen en daarop de koning der Joden gingen zoeken. Maar de vraag is: hoe schrijf je het precies? Met een hoofdletter of toch zonder? Of is het misschien los in plaats van aan elkaar?
Zoals je al ziet in de eerste alinea: ik schrijf het met een hoofdletter én aan elkaar, zoals het heurt. Namen van feestdagen, (religieuze) feesten en gedenkdagen krijgen namelijk een hoofdletter. Dat schrijft Onze Taal.
De drie koningen uit deze overlevering noemen ze Caspar, Melchior en Balthasar. Ze zouden respectievelijk 20, 40 en 60 jaar oud zijn geweest. En deze getallen symboliseren de levenstijdperken van de volwassene.
In de eerdere kerstverhalen en in de Bijbel worden ze beschreven als wijzen of magiërs. In de volksverhalen noemt men ze vervolgens koningen die reisden per kameel en ze namen goud, wierook en mirre mee. Deze koningen werden daarmee een metafoor voor het idee dat heersers van alle volken zich onderwierpen aan Jezus en het christendom.
Zo ben je weer op de hoogte gebracht door koning Bolo en dat is weer een heul andere koning! Eentje die voor taaltips zorgt…